
ER ZIJN GEEN ECONOMISCHE PROBLEMEN
Pleidooi voor een meta-economie
verschenen bij het Davidsfonds
In dit boek betoogt Professor Mark Eyskens uitdagend dat er
geen economische problemen zijn. Een erg paradoxale conclusie van een hoogleraar, die 36
jaren lang Economie heeft gedoceerd aan de KULeuven. Eyskens beklemtoont dat het
economische slechts één aspect is van een veel meer ingewikkelde maatschappelijke
problemenveelhoek, waaraan ook sociale, politieke, psychologische, technische, morele ...
aspecten verbonden zijn. De postmoderne mens, deskundig in analyse, scharrelt onbeholpen
rond met een verbrokkeld wereldbeeld.
Volgens
Eyskens slaat het uur van de nieuwe synthese, waarbij in het onderwijs vakken als
vergelijkende beschavingsgeschiedenis en filosofie van kapitaal belang zijn. Om die reden
pleit hij ook als econoom voor multi- en interdisciplinair onderzoek, op zoek naar nieuwe
samenhang, 'het economisme voorbij'. Ook de 'politieke economie' moet in eer worden
hersteld, als bestuursvorm van de 'polis', want de beslissing om de markteconomie - samen
met de democratie - te promoten is een politieke beslissing.
Sedert de val van het communisme is het inzicht gegroeid dat democratie
en markteconomie een onlosmakelijk geheel vormen, door Eyskens het 'binoom democratie +
markteconomie' genoemd. Dit binoom leidt onder bepaalde voorwaarde tot maximale vrijheid
en maximale welvaart voor een maximaal aantal mensen, zoals de geschiedenis van
West-Europa bewijst. Toch leidt dit niet tot het besluit dat een neo-liberale
maatschappij-opvatting alleen zaligmakend zou zijn en bovendien een einde zou maken aan
het ideologische debat over de optimale maatschappij-inrichting.
Eyskens ontsnapt niet aan de indruk dat het socialisme
maatschappij verwart met menselijke gemeenschap en dat het liberalisme een vergelijkbare
verwarring in stand houdt tussen individu en persoon. Ook de meest verstokte liberaal moet
erkennen dat vaak de voorwaarden voor een goed werkende democratie en markteconomie niet
vervuld zijn (cfr momenteel Rusland, landen in Azië en Afrika). In al die landen - en
zelfs bij ons - is er niet te veel democratie en te veel markteconomie, maar veeleer te
weinig van beiden. De democratie moet worden verdedigd door de democratische parijen zoals
de markteconomie moet worden behoed voor monopolie- en oligopolievorming door een
doelmatig concurrentiebeleid. Want de wet van de entropie, dit is de wet van het verval,
voltrekt zich aan het binoom 'democratie+markt'. Het wegwerken van de scheeftrekkingen en
tekortkomingen verwekt door de 'marktdemocratie' vereist eveneens politieke
besluitvorming. Uiteindelijk komt het erop aan verandering om te zetten in menselijke
vooruitgang. Democratie en markteconomie zijn geen doeleinden op zichzelf. Zij zijn
slechts middelen die niet mogen 'verdoeld' worden.
Meteen rijst de vraag naar goed en kwaad, een fundamentele ethische
vraagstelling, die de 21ste eeuw zal beheersen. Zo ontstaat ruimte voor meta-economie,
meta-politiek en misschien meta-fysiek. Maar wie bepaalt wat goed of kwaad is voor de
mensen? De mensen zelf, bij meerderheid? Moeten de gewetens worden gedemocratiseerd of is
'ontdemocratisering' van het ethisch debat onvermijdelijk, zodra men enige transcendente
wegwijzer inroept? De om zich heen grijpende netwerkmaatschappij, kind van de
postindustriële revolutie (PIR), bevrijdt de mens van piramidale, autoritaire structuren,
waaronder hij te lang, ook geestelijk, heeft gezwicht. Maar het integrale horizontalisme,
zonder gevoel voor wat de mens overstijgt, zonder enig verticalisme noch bewustzijn van
een sprankel transcendentie, dreigt de hedendaagse mens te herleiden tot een vooral op
zijn comfort gestelde rups, die het verleerd heeft vlinder te worden. Een nieuw tijdperk
breekt aan: dat van het 'informatisme' en de creatieve kennismaatschappij, met
omwentelende gevolgen in alle domeineen van het menselijk leven, individueel, in groep en
ook internationaal, over de landsgrenzen heen, die worden uitgewist. De mens slaagt erin
meester te worden van zijn eigen bestemming. Hij heeft geen toekomst. Hij maakt ze. Hij
wordt een auto-evolutief wezen dat zijn eigen ontwikkeling bepaalt, biologisch, genetisch,
materieel, geestelijk, sociaal, politiek en economisch. Steeds meer wint de cultuur het
van de natuur, ten goede maar ook ten kwade. De ethische verantwoordelijkheid van d mens
was nooit zo groot. Onmenselijkheid is geen natuurramp maar een menselijk verschijnsel,
dat dus door mensen kan worden gekeerd. Eyskens is een 'meliorist' die, in de bergengte
tussen pessimisme en optimisme, gelooft in de verbeterbaarheid van mensen en dingen. Er
bestaat zo iets als de paradox van de onvrede en de ontevredenheid in Westerse
samenleving, waar niet alles is opgelost maar waar alvast de meeste burgers het nooit zo
goed hebben gehad. De boodschap luidt dat geloven in de hoop levensnoodzakelijk is.
Al deze ideeën, stellingen, opinies - en nog vele anderen
- werden door de auteur bondig aangereikt in een boek dat in delen werd uitgewerkt:
(0) Proloog met een captatio malevolentiae;
(1) Het economisme voorbij;
(2) Het noodzakelijke eerherstel van de politieke economie;
(3) Economie en ethiek;
(4) Democratie en markteconomie: noodzakelijk maar niet voldoende;
(5) Hoe verandering omzetten in vooruitgang?;
(6) Epiloog met dank voor toeval en noodzaak.
UITSPRAKEN
OVER ECONOMIE
A man is not a good economist, if he is nothing else(J.S.Mill).
Het is onmogelijk een sociaal paradijs in
stand te houden op een economisch kerkhof. Maar het is even onmogelijk een economische
boomgaard te doen bloeien in een sociale woestenij.
De dood van Keynes was een moord en de
opheldering van die moord werpt een schril licht op de huidige crisis.
De economie is het gezond verstand
verduisterd door de wetenschap.
Na 15 jaren speurwerk en wetenschappelijk
onderzoek zijn de economen tot de bevinding gekomen dat de helft van hun theorieëën vals
is. Hun probleem is echter dat ze niet weten welke helft.
Waag u nooit aan voorspellingen, want als
U fout voorspelt zal niemand het vergeten en als U juist voorspelt zal niemand het zich
herinneren.
Magistraten verbergen hun vergissingen
achter tralies, geneesheren stoppen ze onder de grond, architecten laten er klimop rond
groeien. Economisten hebben nooit schuldcomplexen en zijn trots op hun dwaasheden.
België heeft het beste autosnelwegennet
van het hele zonnestelsel.
Het Belgisch Economisch Stelsel is noch
Belgisch, noch economisch en niet eens een stelsel.
Het is omdat Adam en Eva in het
aardsparadijs het consumptieprobleem fout hebben aangepakt, dat hun opvolgers nadien met
een ingewikkeld productieprobleem werden opgezadeld.
De ondernemers die Staatssteun verwerpen
in naam van hun beginselen, zijn er vaak voorstander van in naam van hun belangen.
De economische crisis is minder
economisch en minder een crisis dan we denken.
We hebben de crisis; we zijn de crisis.
In het Chinese schrift wordt het woord
crisis uitgebeeld door twee vervlochten pictogrammen, waarvan het eerste
gevaar en het tweede uitdaging betekent.
De Europese Unie is een economische reus,
een politieke dwerg en een militaire worm.
De huidige maatschappelijke structuren
zijn nog te sterk gekenmerkt door de tweede industriële revolutie. Onder bepaalde
aspecten is de samenleving nog te beschouwen als een dynosaurusmaatschappij.
De post-industriële revolutie verwekt
een verglijding van de continenten in het voordeel van Azië. Het blanke ras zal in de
XXIste eeuw zijn monopolie van creativiteit en innovatie verliezen.
De enige winstgevende onderneming is de
vereniging zonder winstgevend doel.
Als ik huw met mijn werkster, doe ik het
BNP dalen.
De sanering van de overheidsfinanciën
begint met de vermindering van de vermeerdering.
Het is in België gemakkelijker de
belastingen te verhogen dan ze te verlagen.
De begroting is mooi in haar lelijkheid
en aldus een modern kunstwerk.
De derde industriële revolutie (DIR) is
veeleer een permanente industriële revolutie (PIR) en een post-industriële revolutie.
Het is juist het mogelijk worden van al
wat in het verleden onmogelijk werd geacht, dat de grootste problemen schept.
We zien licht aan het einde van de
crisistunnel, maar het is de koplamp van een aanstormende trein.
De Club van Rome was fout. Niet de
grenzen van de groei zijn essentieel, wel de groei van de grenzen.
Was er niet Edison, dan zouden we nu naar
de TV kijken bij kaarslicht.
In onze consumptiemaatschappij geldt het
beginsel: the survival of the fattest.
Vooruitgang betekent verandering, maar
niet elke verandering leidt tot vooruitgang.
In Europa heeft men veel meer begrip en
waardering voor mensen die geld hebben dan voor mensen die geld verdienen. In Amerika
geldt het tegenovergestelde.
Het ontstaan van de eerste industriële
revolutie in West-Europa blijft een mirakel, een enigma en een mysterie.
Voorstanders van de Euro hebben een
eurotische opvatting over Europa.
Euroland zal minder bezoekers lokken dan
Disneyland, maar zal wel veel meer inwoners tellen.
Gelijkheid van kansen betekent sociale
ongelijkheid.
De eistijd is in aantocht.
Economie studeren kan schadelijk zijn
voor je geestelijke gezondheid, beweren niet-economen.
De grens van de economische ontwikkeling
is bereikt zodra de markteconomie overgaat in de marktmaatschappij.
Markteconomie en democratie vormen een
binoom; ze zijn de twee zijden van dezelfde medaille. Maar ze zijn allebei onderhevig aan
de entropie, dit is de wet van het verval.
Het saneren van de begroting is dweilen
in een badkamer waar de kraan overvloedig loopt en een groot gat is geslagen in de
badkuip, terwijl je niet verzekerd bent tegen waterschade en het watertarief om de
haverklap wordt verhoogd.
Het verbruik aanzwengelen in een land als
België met een hoge invoerneiging is als stoken met de ramen open.
Het democratiseren van het politieke
regime leidt noodgedwongen tot het invoeren van de markteconomie (cfr de Sovjet-Unie onder
M. Gorbatsjov). Maar het omgekeerde is niet noodzakelijk waar. Het invoeren van een vrije
markteconomie kan gepaard gaan met het handhaven van een politieke dictatuur (cfr. China
onder Deng Xiao Ping en zijn opvolgers).
De Europese eenheid zal niet tot stand
komen dank zij le Monnet (allusie op Jean Monnet, de inspirator van de Europese
integratie), maar wel dank zij la monnaie (Gaston Eyskens).
