- De mens is een grens
-
- Over de mens, dus over ons zelf,
kan men blijven filosoferen.
-
- De mens is een grens,
- een grens om te overschrijden,
- een grens nooit te vermijden.
- De mens is een grens.
- Is hij grijs, dan wordt hij wijs,
- maar wordt hij oud, dan is hij out.
- De mens is soms verstandig,
- maar niet steeds wijs.
- Vaak is hij losbandig
- en kras onhandig
- met zichzelf en de anderen,
- die hij wil veranderen.
- En vaak verdwaasd op reis,
- is hij vertrokken zonder doel
- noch plan, tenzij de reis,
- en zonder rijbewijs,
- verdoold in een verloren paradijs.
- Maar inbinden kan hij niet
- en aankomen doet hij niet,
- want zijn wens is een grens,
- die zich verplaatst als hij nadert,
- omdat hij almaar door bemint
- wat hem aan zijn wereld bindt.
-
- De mens is een brug, gebroken,
- die hem van de over-oever scheidt,
- wat hem, gekneusd maar ongebroken,
- doet dromen van een overkant,
- waar hij het licht verbeidt,
- dat hem licht-geraakt nooit
overmant
- en uiterlijk nooit echt verbrandt.
- Veeleer van water houdt de mens
- veel meer dan van de hemel.
- Hij leeft dankzij het water;
- zijn foetus ligt en groeit in water
- en droogt hij uit, is het veel
later
- en rust hij als een versteend
geraamte,
- zorgvuldig neergelegd in de
gedaante
- van een groot vraagteken,
- met een nachtkijker bekeken,
- zijn schedel zijnde het punt,
- waarop zijn brein het jaren lang
- met twijfels en met vragen had
gemunt.
-
- De mens is geen heel rechte grens,
- geen scheidingslijn, geen hoge
fence,
- geen wand van ondoordringbaarheid,
- want oog in oog en hand in hand
- tussen jij en ik voelt hij verwant,
- een dunne huid, tweemaal gevoeld,
- een hartslag sneller slaand achter
de wand,
- vindt hij zichzelf in
mededeelbaarheid,
- gegeven, weergegeven, zo bedoeld.
-
- De mens is geen gevallen engel.
- Wel een recht opgekropen aap:
- een ex-dier dat bestaat en gaat,
- een gefrustreerde oud-primaat,
- nog niet vervroegd gepensioneerd,
- maar roofzuchtig en vaak bengel,
- die een bloedspoor trekt in de
aarde,
- veel vuil loost op moeder aarde
- en bewijst, alle dagen herbegonnen,
- dat hij, de onwetendheid
overwonnen,
- gulzig etend van de boom der
kennis,
- nog geen wijs en mens geworden mens
is.
-
- Als hij ooit de steen der wijsheid
vindt,
- grenzen verleggend in weer en wind,
- zal hij, van alle tochten
teruggekeerd,
- zich zeer hebben bezeerd.
-
-
- Mark EYSKENS
|