Mark Eyskens politiek economie literatuur Français
kunst politiek stel uw vraag nieuws Français


De galerij van Mark Eyskens

                         de  lijfeigen

vorige      volgende

 

 

De mens is een grens
 
Over de mens, dus over ons zelf, kan men blijven filosoferen.
 
De mens is een grens,
een grens om te overschrijden,
een grens nooit te vermijden.
De mens is een grens.
Is hij grijs, dan wordt hij wijs,
maar wordt hij oud, dan is hij out.
De mens is soms verstandig,
maar niet steeds wijs.
Vaak is hij losbandig
en kras onhandig
met zichzelf en de anderen,
die hij wil veranderen.
En vaak verdwaasd op reis,
is hij vertrokken zonder doel
noch plan, tenzij de reis,
en zonder rijbewijs,
verdoold in een verloren paradijs.
Maar inbinden kan hij niet
en aankomen doet hij niet,
want zijn wens is een grens,
die zich verplaatst als hij nadert,
omdat hij almaar door bemint
wat hem aan zijn wereld bindt.
 
De mens is een brug, gebroken,
die hem van de over-oever scheidt,
wat hem, gekneusd maar ongebroken,
doet dromen van een overkant,
waar hij het licht verbeidt,
dat hem licht-geraakt nooit overmant
en uiterlijk nooit echt verbrandt.
Veeleer van water houdt de mens
veel meer dan van de hemel.
Hij leeft dankzij het water;
zijn foetus ligt en groeit in water
en droogt hij uit, is het veel later
en rust hij als een versteend geraamte,
zorgvuldig neergelegd in de gedaante
van een groot vraagteken,
met een nachtkijker bekeken,
zijn schedel zijnde het punt,
waarop zijn brein het jaren lang
met twijfels en met vragen had gemunt.
 
De mens is geen heel rechte grens,
geen scheidingslijn, geen hoge fence,
geen wand van ondoordringbaarheid,
want oog in oog en hand in hand
tussen jij en ik voelt hij verwant,
een dunne huid, tweemaal gevoeld,
een hartslag sneller slaand achter de wand,
vindt hij zichzelf in mededeelbaarheid,
gegeven, weergegeven, zo bedoeld.
 
De mens is geen gevallen engel.
Wel een recht opgekropen aap:
een ex-dier dat bestaat en gaat,
een gefrustreerde oud-primaat,
nog niet vervroegd gepensioneerd,
maar roofzuchtig en vaak bengel,
die een bloedspoor trekt in de aarde,
veel vuil loost op moeder aarde
en bewijst, alle dagen herbegonnen,
dat hij, de onwetendheid overwonnen,
gulzig etend van de boom der kennis,
nog geen wijs en mens geworden mens is.
 
Als hij ooit de steen der wijsheid vindt,
grenzen verleggend in weer en wind,
zal hij, van alle tochten teruggekeerd,
         zich zeer hebben bezeerd.
 
 
Mark  EYSKENS

 

 



top