Winter
-
- Slechts als de winter wit is,
- is de winter echt en waar.
- Zijn witheid is zijn waarheid.
Niet?
- Een winter zonder vorst noch sneeuw
- is als een zanger zonder lied.
- Een winter zonder sneeuw
- is als een zomer zonder zon,
- als een koning zonder kroon,
- als een werknemer zonder loon.
- Een ware winter wintert wit,
- zoals een bruid die huwt in 't wit.
-
- Een echte winter met veel sneeuw,
- helaas, behoort tot de verleden
eeuw.
- Want witheid is ondraaglijk licht
- om te wikken en mee om te gaan
- en lichtheid blijft niet lang
bestaan
- omdat veel zwaartekracht ons ligt.
- De sneeuw doet onze treden kraken
- in de stilte van het land van
vredigheid
- als wij niet langer kreten slaken
- en vrede nemen met de zaligheid
- van de onverklaarde klaarte,
- achter de einder van de aarde
- waar het sneeuwlandschap
- wegsmelt in de oneindigheid.
- De sneeuwman balt zijn vuist
- en smelt van vriendschap
- en uitbundigheid.
-
- De winter kan ook bijten
- als hij vriest. Dan barsten lippen
- die ooit zachter waren;
- toen klonken de verwijten
- dat zij onweerstaanbaar waren.
- De wintervorst heerst streng
- en maakt de vingers breekbaar
- van wie des zomers druiven garen.
- De winter maakt het leven eng,
- als neuzen lopen en veel kelen
schrapen
- en krekels krassen in gebroken
stemmen.
-
- Het ergste wat met sneeuw
- gebeuren kan is dat in sneeuw
- een bloedspoor door een mens
getrokken
- bloedstollend zichtbaar blijft.
- Dan is het niet de witheid die
beklijft
- maar is het de blanke onschuld,
- die huilend in de sneeuw gehuld,
- het onrecht durft uit te schreeuwen
- en de aarzelende dageraad verwondt
- van hier tot aan de horizon.
-
- De tijden hebben witheid
uitgedreven
- en heel wat kwaliteit van 't leven
opgegeven.
- Veel modder ligt op paden en op
wegen;
- veel tegenwind kom je er tegen.
- Maar wie het hoofd blijft bieden
- en niet het hoofd laat hangen,
- die zal slechts van de lentegeur
genieten
- als hij heftig blijft verlangen
- naar de vorstelijke witte winter,
- die onbegrijpelijk warm bedekt
- wat in de zomer tot nieuw leven
wekt.
Mark EYSKENS
|