Mark Eyskens

politiek economie literatuur Français
kunst politiek stel uw vraag nieuws Français


De galerij van Mark Eyskens                  
Eistijd in Leuven

vorige      volgende

 

 

 

WOUDSTERFTE

 

 

We zijn allen groen geworden met de jaren. Wie houdt er niet van de natuur en haar verborgen wonderen? Het is omdat in ieder rechtgeaard mens een natuurliefhebber schuilt, dat het zo moeilijk is op dit universeel gevoel een aparte politieke partij te stoelen. Iedereen is min of meer groen en stemt dan ook liever voor een andere kleur. Maar elke politieke partij wordt wel eens aangesproken op haar groen geweten als de natuur, een romantische vallei, een zachte berghelling of een regenwoudje lijden onder zure regens, luchtvervuiling, en het sterven van het bomenbos, waar het zo gezellig lanterfanten is.  

 
 
Het woud lijkt oud
en bomen schromen
zich over hun kruin
die, kaal gewaaid,
de regenvlagen niet meer
tegenhoudt .
De bomen roesten bruin
en eeltig zwavelzwart.
De stammen hangen schuin
De schorsen barsten hard
en vruchteloos verhardt
het lover tot veloren bladgoud..
 
Er schuilt veel bosleed
in het zieke mensenbossenhout
De takken janken in de koude
Een grote eik kapseist en breekt.
De stilte wordt gekwetst en rouwt
om groene hoop in hoge zomer.
De ranke pijnen bidden vromer
en regenwaterdruppels glimmen  grauw.               
 
Het is het laatste woud,
dat overbleef en sterft.
De mensheid eet zich op en kerft
een doodskop in het laatste hout.    
Weldra verdampt de zuurstof
uit de barre schaarse lucht
en stokt het menselijk vernuft
 
Geen mens of hij verdraagt
een masker op 't gelaat,
verweerd tot een gezicht van hout,
een rimpelige schors, verzuurd en koud,
het enige wat nog bestaat,
het enige wat ook vergaat
van t'oude opgerotte toverwoud. 

 

                                                               Mark  EYSKENS

 

 

 

11.11.11

 

 

De 11.11.11.-actie is een bijzonder gebeuren omdat het, dank zij de inzet van vooral heel wat jonge mensen, onze aandacht vestigt op de miserie in de wereld en het contrast tussen diegenen die het goed hebben en diegenen die slecht af zijn. Geven is nuttig, misschien nog meer voor de gever dan voor wie ontvangt. Geven leert geven en op de keper beschouwd zijn we nooit solidair genoeg met de sukkelaars. Veel landen, meer bepaald in Afrika, zijn etterende wonden, in de meeste aspecten van hun maatschappelijk leven.  De bevolking strijdt er dagelijks tegen honger en dorst, wat niet belet dat een beperkte elite schandelijk profiteert en de kleptocratie in de plaats stelt van de meest elementaire democratie. Tienduizenden mensen worden beestachtig afgeslacht door duizenden mensen die bloeddronken in het wilde rond schieten. Kindsoldaten hanteren kalasjnikovs en bazooka's in plaats van hun pen of schrijfstift op school. Niet zelden ontaardt er het geweld in regelrechte genocide. Het ergste is dat de meeste verantwoordelijken voor de onnoemelijke schendingen van de mensenrechten de mening zijn toegedaan dat ze hun plicht vervullen en doen wat ze moeten doen.

Een paar maanden na de beruchte volkenmoord in Ruanda (1994), ontving ik een delegatie uit Ruanda. Het waren Hutu-leiders wier stamgenoten zich in grote mate schuldig hadden gemaakt aan het massaal uitmoorden van wellicht één miljoen Tutsi's. Toen ik zei hoezeer we geschokt waren door de afschuwelijke moordpartijen die in Ruanda hadden plaats gehad, reageerde de delegatieleider met de mededeling dat er helemaal geen mensen waren gedood in Ruanda. En hij vervolgde: 'Jullie Europeanen moeten heel omzichtig omspringen met termen als genocide en volkenmoord, want jullie hebben nauwelijks vijftig jaren geleden tijdens de tweede wereldoorlog tenminste 50 miljoen mensen omgebracht'. Als je zoiets als Europeaan te horen krijgt, moet je uiteraard even slikken. Maar ik herpakte me en zei: 'U zal toch niet loochenen dat er in uw land massaal werd gemoord. We zagen op het TV-scherm hoe mannen, vrouwen en kinderen onbarmhartig en gruwelijk, zelfs met machetes, werden afgemaakt'. Toen zei de Hutu-woordvoerder zonder verpinken: 'Mijnheer, U hebt er niets van begrepen. We hebben helemaal geen mensen vermoord, noch mannen, noch vrouwen, noch  kinderen. Wij hebben de kakkerlakken  - les cancrelats, monsieur – uitgeroeid en hadden we dit ongedierte  - la vermine - niet tijdig uitgeschakeld, zouden zij ons hebben uitgemoord. Wij hebben onze heilige plicht gedaan'. Verder van gedachten wisselen leek helemaal nodeloos, zodat ik besloot de vergadering op te heffen.

Dit surrealistische gesprek heeft mij geruime tijd achtervolgd. De verklaring van mijn Hutu-gast bewees tot welke verschrikkelijke absurditeiten het loslaten van algemeen geldende morele principes kan leiden.

 

RUANDA’S DODEN

 
 
En waarom al die lijken ?
De dageraad verdraagt hun waarheid niet.
En waarom al die doden
en tweemaal zoveel dode ogen ?
De zon verdraagt hun aanblik niet.
De gruwel heeft gegrepen naar de macht,
toen in het land der duizend heuvels,
Ruanda's volk massaal werd omgebracht.
Ontbonden lijken werden in de grond gekwakt,
de levenden als stronken omgehakt.
Nog braakten dodelijke doden cholera
op de dorre akkers van Ruanda's Golgotha.
En wat met al die
ontoelaatbaar droeve ogen?
En met al die kinderen, die
hongerig hoopten op de zegen
van de vermenigvuldiging der broden,
en slechts de walg te eten kregen
van de vermenigvuldiging der doden.

 

 

            Mark  EYSKENS

 

 


top