|
|
LITERATUUR
Recente publicaties
Heet van de naald
Lees de Eyskensiaanse Haiku's hieronder
'De Oude Prof en de Zee.
Tweespraak over zin en zijn' (Lannoo)
' Omdat
wij van de avond nooit genezen',
gedichten, Davidsfonds
verstaanbare poëtische indrukken
'De
onmogelijkheid van het noodzakelijke,
VKW, denktank
over de nakende crisis van onze welvaartsstaat
Het verdriet van het werelddorp
(Davidsfonds), een boek waarin de globalisering van de wereld wordt
geanalyseerd en haar invloed op Europa en de eigen samenleving
Leven in tijden van Godsverduistering
(Lannoo). Het gaat om een reflectie over het veranderende wereld- en
mensbeeld, de fabelachtige doorbraken van wetenschap en technologie en de crisis van de
Kerk. Volgens Eyskens is deze crisis drievoudig: er is een crisis van de instelling; een
van de waarden en tenslotte een crisis van het geloof, zowel wat zijn formulering als
inhoud beterft.
Hoezeer knettereren de
nederlandse letteren
captatio malevolentiae
WOORDRIJKDOM EN
TAALARMOEDE
Woorden vormen een omheining rond de dingen die mensen kennen
en de gedachten die mensen willen of kunnen uitdrukken. Aldus worden het kenbare en het
denkbare bepaald, begrensd en ontgrensd door het zegbare. Woordrijkdom biedt
gerieflijkheid en welgesteldheid van kennis en gedachten. Maar een ruime woordenschat
staat nog niet borg voor een correct taalgebruik. De verbale zeilboot moet ook nog kunnen
varen op de oceaan van syntaxis en grammatica.
Niet zo lang geleden kreeg ik een brief van een mij onbekende maar
wellicht aantrekkelijke meisjesstudente-economie. Zij schreef mij als volgt:
"Proffessor,
(kennelijk was mijn correspondente de mening toegedaan dat een letter te veel beter is dan
een letter te weinig, wat in strijd is met het economisch principe)
Sedert verschillende dagen probeer ik
met U telephonisch betrekking te hebben, maar tot nu toe zonder enige bevrediging.
Mogelijks wou ik U vragen van profmotor te zijn van mijn eindverhaal, met als onderwerp:
Inflamatoire geldvolumegroei. Enige haastigheid is wel wenselijk.
Met voorbarige dank, "
handtekening onleesbaar
Deze bloemlezing-brief, die ik zorgvuldig bij heb gehouden,
sterkt mijn overtuiging dat weldra de dag aanbreekt waarop de laatste
alfabeet door het Koninkrijk zal schrijden, vereenzaamd en scheef bekeken.
Want door het gebruik van rekenmachientjes kunnen steeds minder mensen rekenen, door het
gebruik van tekstverwerkers met spelling-en grammatica-functies kunnen steeds minder
mensen schrijven, door dagelijks uren te staren naar soap-programmas op de
beeldbuis, die een dwangbuis is geworden, kunnen steeds minder mensen lezen en door
gebruik te maken van vertaalmachines zullen steeds minder mensen in de nabije toekomst
vreemde talen spreken en lezen. Studenten zullen niet meer vermogen hun diploma te lezen
dat hen bij het behalen van hun licentiaat of doctoraat wordt uitgereikt. Het
analfabetisme zal echter zo rechtvaardig en democratisch mogelijk worden verspreid en
verdeeld onder de bevolking. Ontlezing, ontrekening, ontschrijving, onttaling worden
glanzende neologismen, die de Nederlandse woordenschat zullen verrijken, op het ogenblik
dat taalarmoede zal ontaarden in taalpauperisme en het monddode taalproletariaat
onverstaanbare eisen zal uiten. Die tijd zal de geschiedenis ingaan als de nieuwe eistijd. Dan zullen de Nederlandse letteren niet
langer knetteren, maar niemand zal het kunnen zeggen, schrijven, noch lezen.
Mark EYSKENS
EYSKENS' BIBLIOGRAFIE : BOEKEN
'De rationalisatie van het gedrag van de consument' ,Uystpruyst, Leuven, 1962.
'Inleiding tot de economische wetenschap', collegenota's, twee delen, Wouters, 1965.
'Micro-economische theorie', collegenota's, twee delen, Wouters, 1966.
'Economie als tijdverdrijf' De Nederlandsche Boekhandel, 1969.
'Uitdagingen voor een moderne universiteit', Leuven, 197O.
'Van gisteren naar morgen, economisch bekeken'; DNB, Pelckmans, 1971.
'Open brief aan de studenten', Lannoo, 1973.
'Ambrunetië of het Avondland in de Morgen', DNB,1974.
'Bouwstenen van de gemengde Economie', twee delen, Standaard wetenschappelijke
uitgeverij, 1976.
'Economie van Nu en Straks', DNB, 1977.
'Ambrunise ou la quadrature du siécle', Arts et Voyages, 1977
'Brief aan de Ambrunetiërs', DNB, 1978.
'Eén Aarde, twee werelden', Min.Ontwikkelingssamenwerking, 1979.
'Une terre, deux mondes', Min. de la coopération au développement, 1979.
'Bron en Horizon. Het avondland uit de impasse ', Lannoo, 1985.
'La source et l'Horizon. Le redressement de la société Européenne', Duculot, 1985
'Economie voor iedereen', Pelckmans, 1989.
'Het storende levensverhaal van Professor J.K. Mortal. Een boek over mens en men ',
Lannoo, 1989.
'Economie pour tous', Labor, 199O.
'Wegwijs Geld', met R. Dillemans en W. van Gerven, eerste deel, Davidsfonds, 199O.
'From detente to entente. The impact of the implosion of communism', Minaffet, 199O.
'Vie et mort de J.K. Mortal, professeur extraordinaire', Albatros, Paris, 1991.
'Buitenlandse zaken 1989-92. Van confrontatie naar coöperatie', Lannoo, 1992.
'Affaires Etrangères 1989-92', De la coopération à la confrontation,Créart,
1993.
'Vaders Dood en Leven', in 'De Memoires van Gaston Eyskens', Lannoo, 1993.
Beleving en Belofte. Een Nieuwjaarstijding. Toespraak van Mark Eyskens op
de voorstelling van de Memoires van Gaston Eyskens, Lannoo, 1994.
'De grote verjaring, van de 2Oste eeuw naar het 3de millennium', Lannoo, 1994.
'Is verandering vooruitgang ? De maatschappelijke gevolgen van de 3de industriële
revolutie', Davidsfonds, 1995.
'Le fleuve et l'océan. Du vingtième siècle au troisième millénaire', Racine, 1995.
'Lessen voor de 21ste eeuw', eerste hoofdstuk in collectief werk, LeuvenUP, 1995.
Gaston Eyskens tussen koning en regent, V. Dujardin, Woord Vooraf,
Meulenhoff-Kritak, 1996.
De reis naar Dabar. Een metafysische thriller', Lannoo,1996.
'L'affaire Titus. Métaroman', Racine, 1998.
'De Lust van de Verbeelding', Lannoo, 1998.
'Er zijn geen economische problemen', Davidsfonds.
'Democratie tussen spin en web. Democratisch samenleven in de kennis-en netwerkmaatschappij.
Leuven Universitaire Pers 1999.
'Het verdriet van het werelddorp', Davidsfonsds,
2001
' Leven in tijden van Godsverduistering. Lannoo.
2001
'Omdat wijn van de avond nooit genezen'. Davidsfonds.
2004
'De onmogelijkheid van het Noodzakelijke. VKW; 2004
'De oude prof en de zee. tweespraak over zin en
zijn'. Lannoo.2005
'Le vieux prof et la mer. Le sens d'une quête de
sens'. Racine, 2006
-
Eyskensiaanse Haiku's
-
- I
-
- De waterdruppel weifelt;
- de waterdruppel twijfelt
- tussen zijn en niet te zijn,
- tussen worden en geweest te zijn.
-
- II
-
- Genade van de uren die steeds
kwetsen
- en waarvan het laatste doodt.
Wij etsen
- onze beeldenaars in honderden
gezichten
- en prevelen altijd dezelfde
gedichten
- met woorden wisselend doorheen
de tijd,
- in onze wedloop tegen de
eeuwigheid.
-
- III
-
- Omdat wij
levenslang verlangen,
- nooit
woonden in beloofde landen
- en tot
stof en as verbranden,
-
zal ik,
- weer vrij
en toch gevangen,
- zal ik de
avond en de dageraad,
- zal ik de
dood en de geboorte,
- het
dubbele verraad,
- tweemaal
het ongehoorde,
- nooit
weer verwoorden.
-
- IV
-
- Mijn
vrienden overleven niet
- Zij
trekken sporen in het niet
- en
schuilen doods onder verdorde blaren
- Zij
worden dood en doder met de jaren
- Een
laatste vriend werd zelfs doodst.
- Waar is
hij nu gebleven?
- Egidius,
uit het werelddorp verdreven?
-
-
V
-
- Gun mij
mijn heimwee,
- want de
dagen korten,
- en een
fel verlangen
- naar de
avondzee,
- en naar
het storten
- van het
licht in zee
- en naar
een vaag idee
- van hoe
dromen horten,
- breken op
de rand
- der
dagelijkse dingen.
-
- Ver
voorbij het strand,
- achter de
horizon
- hoor ik
de golven zingen.
-
-
VI
-
- Mijn vader, hem heb ik anders gekend
- dan de anderen hem hebben gekend,
- al was het maar omdat hij steeds mijn
vader was;
- omdat hij mij heeft zien geboren
worden
- en ik hem tijdloos later heb zien
sterven
- toen op een dag het middag was;
- omdat wij tussen de eerste oogopslag
- en het breken van de laatste blik
- solidair en lotsverbonden zijn
geweest.
-
- VII
-
- Niet de
scheiding deed je leed,
- want je
blik ging over bergen,
- maar je
onuitgestorte lied,
- dat
stokkend in je keel zou sterven.
-
-
VIII
-
- Met geld
koop je een huis, maar geen thuis
- met geld
koop je een bed, maar geen slaap,
- met geld
koop je een klok, maar geen tijd,
- met geld
koop je een boek, maar geen kennis,
- met geld
koop je plezier, maar geen geluk.
-
-
IX
-
- Zalig, zee van zilt en zwijgen!
- Ik hoor je golven hijgen
- en het bruisen van je koortsigheid.
- Geen
enkel lied kent deze majesteit.
-
-
X
-
- Mijn tuin ligt in een ander land,
- in mijn geheime vaderland,
- waar ik veel dromen heb geplant
- waar bomen fel tot in de hemel
groeien
- en ranke takken levensaders zijn,
- die heftig naar meer licht verlangen,
- en er zachtjes bloedend bloeien.
-
- XI
-
- Reizen is een beetje zalig zijn;
- je doelloosheid tot doel verheven
zijn
- en ketters, onervaren varen
- naar het meest bevreemdend land,
- een eiland zonder weerga,
- op de wereldkaart gestrand,
- op die van het heelaal gebrand,
- een archipel van U, van jou alleen
- en enkel van jouw enige jezelf.
-
- XII
-
-
En wat met al die kinderen, die
-
hongerig hoopten op de zegen
-
van de vermenigvuldiging der broden,
-
en slechts de walg te eten kregen
-
van de vermenigvuldiging der doden?
-
-
XIII
-
-
Zij zullen sterven als bevroren vorsten,
-
Bourgondiërs met hoge borsten.
-
Reeds hebben zij hun praalgraf aangemaakt,
-
de beide sarcofagen klaar gemaakt.
-
Vernietigd zullen zij er rusten in het niet.
-
Nog slechts profielen van graniet.
-
-
XIV
-
-
Maar in je ene, beverige traan
-
zag ik meer droefheid opgesloten
-
dan in de wilde smart
-
van alle zeven wereldzeeën.
-
- XV
-
- "Als ooit jouw dood
- mijn dood vooraf zou gaan
- en onze harten niet meer
- samen zouden slaan,
- zou ik mijn hart begraven
- in je dode lichaam
- en sprakeloos naar de hemel
- staren door het blinde
raam."
-
-
XVI
-
- Eens zal een goddelijk groot
bewustzijn,
- als de tijd zal zijn gestokt
- en de ruimte opgeslokt,
- de ultieme golffunctie ineen
doen storten
- opdat het zijn zou ophouden
te worden
- en het land van onverklaarde
klaarte
- zou verschijnen in een
wereld van
- ultieme
waarde.
-
- XVII
-
-
Vergeef mij, Heer,
-
Vergeef mij dat ik beef
-
Nooit heb ik kunnen wennen
-
aan hoe te sterven
-
met een sereen gezicht
-
en wachtend op meer licht
-
-
XVIII
-
-
Een mens is een mens
-
als hij weerstaat aan schimmen,
-
eerzuchtig de sterren durft te winnen
-
en sterft in het lied van zijn laatste gedicht.
-
-
XIX
-
- Wij verwachten dat aan de
overzijde
- van wat wij weten en niet
weten
- een land van onverklaarde
klaarte ligt.
- Dan zal het leven van een
mens,
- als een kaars wankel
brandend,
- niet doven bij het vallen
van de nacht
- maar zachtjes uitgaan,
onverwacht
- bij het dagen van een
nieuwe dageraad.
-
-
XX
-
- Elk ogenblik dat in de tijd
verglijdt,
- bevat een stukje van de
eeuwigheid.
-
- XXI
-
- Want vandaag is morgen gisteren
- en overmorgen is morgen gisteren
- voor altijd zal het 'nu' geweest zijn.
- Weet dan dat onze tijd verglijdt
- om onuitwisbaar in de tijd te zijn.
- De eeuwigheid is de verleden tijd.
- Gedenk dit als de herfst weer sterft.
-
- Haiku II
-
- I
-
- ‘Omnes Vulnerant; Ultima Necat’
- staat rond de wijzerplaat in het latijn
- van een oude scheve kerktoren,
- een wijsheid die wil verkondigd zijn:
- ‘Alle uren kwetsen en doen pijn.
- Maar het laatste doodt.’
-
- II
-
- De ontdekking van het andere
- is de verkenning van jezelf.
- De ontdekking van de andere
- is de verkenning van je mij.
- De reis van mij
- is de reis naar ik.
-
-
- III
-
- Maak het
recht van de zwakken
- tot
de plicht van de sterken.
- Kwets
je aan de gekwetsten.
- En blijf
trouw aan wie
- je
ooit teder heeft gemaakt.
-
-
IV
-
- De mens is geen gevallen engel.
- Wel een recht opgekropen aap:
- een ex-dier dat bestaat en gaat,
- een gefrustreerde oud-primaat,
- Als hij ooit de steen der wijsheid
vindt,
- grenzen verleggend in weer en wind,
- zal hij, van alle tochten
teruggekeerd,
- zich zeer hebben bezeerd.
-
- V
-
- Geen mij
- zonder
wij.
- Geen ik
- zonder
wij.
- Geen wij
- zonder ik.
- Wij ben
ik.
- Wij zijn
wij
- Wie ben ik
- zonder
wij?
-
- VI
-
-
Als je klaar bent om te
strijden
-
en te vechten zonder te
slaan,
-
als je bereid bent om te
zaaien,
-
maar niet met de gebalde
vuist,
-
als je naar de anderen
wilt gaan
-
en hun anders-zijn
aanvaarden,
-
als je je geloofshoop wilt
belijden
-
dat mensen, dingen
verbeterbaar zijn…
- Dan zal ik je de
sleutel en het zegel geven.
-
- VII
-
- Maar
vooraleer wij verder gingen,
- nog
luisterend naar de avondadem
- van dit
land, vol van genade,
- verscheen
aan ons de zekerheid
- van onze lotsverbonden kwetsbaarheid.
-
- VII
-
- En als de zee haar glinsteringen spreidt,
- de schaarse wolken net gereid
- ter uitvaart van het licht
- en het doven van de avondzon,
- raakt zij, mijn zee, aan God
- in haar glansrijke hemelhorizon.
-
- VIII
-
- Je bomen zijn ontbladerd,
- maar sterven doen ze niet,
- want sterven houdt ze tegen,
- want sterven houdt ze recht.
- Geen bomen staan terecht.
-
- IX
-
- Het doel van reizen is te
bladeren
- in de reisgids van je
eigen grenzen
-
- X
-
- Alleen kan ik niet leven zonder jou;
- wil ik niet sterven zonder jou;
- wil ik voor jou slechts dichten,
- in klanken van onsterfelijkheid.
- Omdat ik nooit zal kunnen zeggen
- hoezeer ik van je hou,
- hoezeer ik zonder jou
- huiver van de kou en rouw.
-
- XI
-
- Mijn stad, die stad van mij
- is niet altijd de stad van wij,
- van ons, van iedereen waar iedereen
- steeds iemand wezen kan,
- waar mensen medemensen zijn
- en vreemden medeburgers zijn
-
- XII
-
- Een hemelbrede hemel veegt
- de wolken heen en weer.
- Een zee van regen zwelt,
- verduistert en stort neer.
- De hele wereld weent.
-
-
- XIII
-
- Meer
licht wordt nu verwacht tegen het tergen
- van de
ochtend die niet komt.
- Meer
licht, een stem waarvan de kreet verstomt.
-
-
XIV
-
- Tot de
avond,vol van schaduw,
- vol van
schaarse eindervuren
- paars
getooid geduldig wacht
- op de
pauwblauwe nacht.
- Geen
wad, geen oued, geen waterbron,
- slechts
God, koel lavend
- en
heilspellend dicht
- achter
de horizon.
-
-
XV
-
-
Mijn hond zal waken op mijn graf
-
en kreunen, janken, blaffen,
-
huilen in de wind,
-
en razen, razen, razen
-
tegen het sterven van het licht.
-
- XVI
-
- En toch, wat is geweest
- is onomkeerbaar in het zijn
- geëtst en nooit meer zal het
zijn
- alsof wat is geweest
- nooit was geweest.
- De eeuwigheid bestaat, mijn
vriend!
-
- XVII
-
- Ik hoor nog
slechts de waakhond
- kreunen in het
kreupelhout. Zijn ogen
- bloeden in de
nacht. Ik weet hem hijgen
- in het duister,
blaffend en niets zeggend
- maar fel
sprekend tot de maan
- en tot Gods
eeuwige zwijgen.
-
-
XVIII
-
-
Vergeef me dat ik leef
-
dat ik naar sterren heb verlangd
-
in elke rimpeling van het bestaan
-
in vergezichten, in nabije ogen
-
U heb gezocht en aangezocht
-
bij wijlen in vertwijfeling
-
gebeden heb dat Gij niet zoudt bestaan
-
-
XIX
-
- Ik ben vertwijfeld en
verzengd,
- want van uw koude vuur
verteerd,
- als een die diep in het
Veelal
- van schijn en zijn,
- vertederd en verwonderd,
- maar onbeantwoord wacht,
- ondraaglijk afgezonderd
- in de onverklaarde nacht.
-
- XX
-
- Wij worden om te zijn.
- Wij sterven als we geworden
zijn,
- for
better and for worse,
- het goede en het kwade
geëtst
- op het dunne vlies van wat
is geweest,
- dat al-tijd blijft.
-
- XXI
-
- Maar weten dat je van me
houdt,
- heeft de lichtheid andermaal
genezen
- van mijn bestaan en mijn
verstaan
- en heeft mij weer met mij
verzoend.
- Ik hoef niet meer te razen,
razen
- tegen het sterven van de zon
- en het doven van de horizon
-
- XXII
-
- Maar als hij zijn
verweerde hand
- betastte, dat bevreemdend
schiereiland,
- waarvan de vingers in een
zee
- van werkelijkheid
verzwonden en verdwenen,
- zag hij gelijk hoe bruine
kerkhofvlekken
- op zijn huid verschenen
- en de onomkeerbaarheid
- bewezen van de leeftijd en
de tijd.
-
-
-
- Mark Eyskens
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-
-

|