Er zijn geen
economische problemen
Pleidooi
voor een meta-economie
Davidsfonds/Leuven, 112 pp.
695 Bfr
In zijn jongste
boek betoogt Professor Mark Eyskens uitdagend dat er geen economische problemen zijn. Een
erg paradoxale conclusie van een hoogleraar, die 36 jaren lang Economie heeft gedoceerd
aan de KULeuven. Eyskens beklemtoont dat het economische slechts één aspect is van een
veel meer ingewikkelde maatschappelijke problemenveelhoek, waaraan ook sociale, politieke,
psychologische, technische, morele ... aspecten verbonden zijn. De post-moderne mens,
deskundig in analyse, scharrelt onbeholpen rond met een verbrokkeld wereldbeeld. Volgens
Eyskens slaat het uur van de nieuwe synthese, waarbij in het onderwijs vakken als
vergelijkende beschavingsgeschiedenis en filosofie van kapitaal belang zijn. Om die reden
pleit hij ook als econoom voor multi- en interdisciplinair onderzoek, op zoek naar nieuwe
samenhang, het economisme voorbij. Ook de politieke economie moet
in eer worden hersteld, als bestuursvorm van de polis, want de beslissing om
de markteconomie - samen met de democratie - te promoten is een politieke beslissing.
Sedert de val van het communisme is het inzicht gegroeid dat democratie en markteconomie
een onlosmakelijk geheel vormen, door Eyskens het binoom democratie +
markteconomie genoemd. Dit binoom leidt onder bepaalde voorwaarde tot maximale
vrijheid en maximale welvaart voor een maximaal aantal mensen, zoals de geschiedenis van
West-Europa bewijst. Toch leidt dit niet tot het besluit dat een neo-liberale
maatschappij-opvatting alleen zaligmakend zou zijn en bovendien een einde zou maken aan
het ideologische debat over de optimale maatschappij-inrichting. Eyskens ontsnapt niet aan
de indruk dat het socialisme maatschappij verwart met menselijke gemeenschap en dat het
liberalisme een vergelijkbare verwarring in stand houdt tussen individu en persoon. Ook de
meest verstokte liberaal moet erkennen dat vaak de voorwaarden voor een goed werkende
democratie en markteconomie niet vervuld zijn (cfr momenteel Rusland, landen in Azië en
Afrika). In al die landen - en zelfs bij ons - is er niet te veel democratie en te veel
markteconomie, maar veeleer te weinig van beiden. De democratie moet worden verdedigd door
de democratische parijen zoals de markteconomie moet worden behoed voor monopolie- en
oligopolievorming door een doelmatig concurrentiebeleid. Want de wet van de entropie, dit
is de wet van het verval, voltrekt zich aan het binoom democratie+markt. Het
wegwerken van de scheeftrekkingen en tekortkomingen verwekt door de
marktdemocratie vereist eveneens politieke besluitvorming. Uiteindelijk komt
het erop aan verandering om te zetten in menselijke vooruitgang. Democratie en
markteconomie zijn geen doeleinden op zichzelf. Zij zijn slechts middelen die niet mogen
verdoeld worden. Meteen rijst de vraag naar goed en kwaad, een fundamentele
ethische vraagstelling, die de 21ste eeuw zal beheersen. Zo ontstaat ruimte voor
meta-economie, meta-politiek en misschien meta-fysiek. Maar wie bepaalt wat goed of kwaad
is voor de mensen? De mensen zelf, bij meerderheid? Moeten de gewetens worden
gedemocratiseerd of is ontdemocratisering van het ethisch debat
onvermijdelijk, zodra men enige transcendente wegwijzer inroept? De om zich heen grijpende
netwerkmaatschappij, kind van de post-industriële revolutie (PIR), bevrijdt de mens van
piramidale, autoritaire structuren, waaronder hij te lang, ook geestelijk, heeft gezwicht.
Sedert oudsher is de mens een rechtop lopend wezen, tussen aarde en hemel. Dit
verticalisme is het basis-paradigma van het mens-zijn seder tientallen millennia, met een
uitgesproken hij-gevoel (God, koning, de baas, de overheid, de andere). Daarin
komt thans een fundamentele wijziging door het ontstaan van spontaan groeiende
netwerksystemen, waardoor een wij-gevoel wordt gepromoot dat ook de solidaire
gelijkheidsgedachte inhoudt. Het is een omwentelende evolutie, die anti-autoritair en
destructurerend inwerkt op het werkelijkheidsbeeld van de moderne mens. De
netwerkmaatschappij, die grensoverschrijdend is bij bepaling, is ontgrenzend, ontsluitend
en bevrijdend op veel gebieden. Maar het integrale horizontalisme, zonder gevoel voor wat
de mens overstijgt, zonder enig verticalisme noch bewustzijn van een sprankel
transcendentie, dreigt de hedendaagse mens te herleiden tot een vooral op zijn comfort
gestelde rups, die het verleerd heeft vlinder te worden. Een nieuw tijdperk breekt aan:
dat van het informatisme en de creatieve kennismaatschappij, waardoor de mens
voor het eerst ten volle bewust wordt van het feit dat hij een auto-evolutief wezen is
geworden dat zijn eigen evolutie, ook bio-genetisch vermag te bepalen. De mens slaagt erin
meester te worden van zijn eigen bestemming. Hij heeft geen toekomst. Hij maakt ze. Hij
wordt een zich zelf bepalend wezen dat zijn eigen ontwikkeling bepaalt, biologisch,
genetisch, materieel, geestelijk, sociaal, politiek en economisch. De mens is God geworden
(cfr het boek van Luc Ferry). Steeds meer wint de cultuur het van de natuur, ten goede
maar ook ten kwade. De ethische verantwoordelijkheid van de mens was nooit zo groot.
Onmenselijkheid is geen natuurramp maar een menselijk verschijnsel, dat dus door mensen
kan worden gekeerd. Eyskens is een meliorist die, in de bergengte tussen
pessimisme en optimisme, gelooft in de verbeterbaarheid van mensen en dingen. Er bestaat
zo iets als de paradox van de onvrede en de ontevredenheid in Westerse samenleving, waar
niet alles is opgelost maar waar alvast de meeste burgers het nooit zo goed hebben gehad.
De veranderingsangst is perfect begrijpelijk en uitlegbaar. Een ethiek van de verandering
is veel belangrijker dan een verandering van de ethiek. De boodschap luidt dat geloven in
de hoop levensnoodzakelijk is.
Al deze ideeën, stellingen,
opinies - en nog vele anderen - werden door de auteur bondig aangereikt in een boek dat in
delen werd uitgewerkt:(0) Proloog met een captatio malevolentiae; (1) Het economisme
voorbij; (2) Het noodzakelijke eerherstel van de politieke economie; (3) Economie en
ethiek; (4) Democratie en markteconomie: noodzakelijk maar niet voldoende; (5) Hoe
verandering omzetten in vooruitgang?; (6) Epiloog met dank voor toeval en noodzaak.
********
Elementen van promotietekst
Zijn, na de ineenstorting van het communisme, de democratie en de markteconomie de
definitieve overwinnaars?
Met zijn ervaring van academicus en politicus verkent Mark Eyskens de toekomst van
democratie en markteconomie.
Nooit waren de veranderingen in alle domeinen zo
aanzienlijk, zo talrijk en zo frequent. Deze constatering noopt tot een ethische
vaagstelling: welke veranderingen moeten we bevorderen, aanvaarden, verwerpen of
bestrijden? Hun beantwoording is essentieel voor het beleid in het algemeen en voor de
sociaal-economische politiek in het bijzonder.
Om die reden is er ook nood aan meta-economie en meta-politiek, dit wil zeggen een
maatschappelijke bewustwording en belangstelling die de politiek en de economie overstijgt
en het domein betreedt van de essentiële waarden.
De post-industriële revolutie doet via het
informatisme, een netwerkmaatschappij ontstaan. Denk maar aan internet en de
GSM.
De netwerken bevorderen de verspreiding van een
horizontaal paradigma (een wij-gevoel, participatie, verwerping van autoriteit en
piramidale structuren, mentale mobiliteit), dat breekt met het traditionele verticalisme
(Hij-gevoel, transcendentie, gezag, structuren en instellingen, geestelijke verankering).
Deze trend leidt wellicht tot de meest ingrijpende mentaliteitswijziging in de Westerse
samenleving sedert 2OOO jaar.
Wij hebben ons wereldbeeld te veel onttoverd en te veel vereconomiseerd.
Er is maar één berg in de maatschappij maar je kunt hem van verschillende zijden
beklimmen.
In Europa moeten wij niet van maatschappij
veranderen, maar wel de maatschappij veranderen.
Wat we nodig hebben is mededinging met mededogen.
De ethiek van de verandering is veel belangrijker dan de
verandering van de ethiek
Wanneer het niet nodig is te veranderen is het nodig niet te veranderen.
Economie studeren kan gevaarlijk zijn voor uw geestelijke gezondheid.
Er is op de
wereld wel genoeg voor ieders behoefte, maar onvoldoende voor ieders hebzucht
Niet de banen moeten we beschermen; wel de mensen.
Als mijn mening door velen wordt bijgetreden, word ik ongerust.
* * * * * * * *
* * * * * * *