Mark Eyskens

politiek economie literatuur Français
kunst politiek stel uw vraag nieuws Français
 


Actueel

Opleiding

Levensschets

Academische activiteiten

Prijzen

Politieke activiteiten

Economische activiteiten

Culturele activiteiten

Auteur en publicist

 
Levensschets van
Mark EYSKENS
.

 

BD05112_.wmf (75170 bytes)

 

In 2003 publiceerd Aloïs van de Voorde, ere-secretaris-generaal van het Ministerie van financiën, een lijvige biografie van Mark Eyskens, onder de titel: 'Mark Eyskens. Politicus-professor tussen woord en daad'. Lannoo. 444 pp.

                                                *   *   *

 

Mark Eyskens is een geboren en getogen Leuvenaar. Zijn moeder schonk hem het levenslicht in een kleine woning, gelegen aan de Geldenaakse vest. Een plek, die vandaag davert van het voorbij razend verkeer maar in 1933 idyllisch rustig was. Vader Gaston Eyskens was toen jong hoogleraar aan de Katholieke Universiteit Leuven. Toen Mark er een broer bij kreeg - Erik- verhuisden de Eyskens naar het Ladeuzeplein, dat toen nog de 'Volksplaats' heette. Later kwamen er nog een zusje en een broertje bij maar die stierven zeer jong. Het is op het huidige Ladeuzeplein - de 'Carlissen' voor de echte leuvenaars - dat Mark en zijn broer, nog zeer jong, kennis maakten met de geneugten van de kermis, de paardjesmolen en later de 'botsauto's'. Het was een school in avontuurlijk autosturen en in mensenkennis. Op 1O mei 194O maakte de familie Eyskens er de eerste uren van de tweede wereldoorlog mee met o.a. de aanval van de gierende Duitse Stuka's op de Tiense Poort. Terwijl vader Eyskens naar het parlement toog en tijdens de eerste dagen van de oorlog talrijke politieke vergaderingen bijwoonde, trokken moeder en kinderen Eyskens naar de Belgische kust, in de veronderstelling dat de inval van de Duitsers, zoals in 1914 wel ergens in West-Vlaanderen zou gestopt worden door het Belgisch en de geallieerde legers. Het pakte anders uit. Vader Eyskens, die geen auto bezat, kocht een occasie-wagen - een Ford model T - en de hele familie ging op de vlucht naar Frankrijk. Gaston Eyskens nam er deel aan de vergaderingen van het parlement in Bordeaux en Limoges. Het gezin keerde naar Leuven terug toen vernomen werd dat de katholieke Universiteit opnieuw haar activiteiten kon hervatten.

Tijdens de oorlog gingen de gebroeders Eyskens naar het Sint-Pieterscollege aan de Dijle, waar ze heerlijke jaren doorbrachten in een strenge onderwijsinstelling met toegewijde leraren. Daar vernam Mark Eyskens op een mooie dag van de leraar dat een zekere Darwin had verkondigd dat ‘de mens van de aap afstamt’.Deze wetesnchppelijke stelling ondermijnde het bijbelse geloof van de jonge Eyskens. Tijdens het avondmaal zei Mark tot zijn vader: ‘weet je dat de meester beweert dat we van de aap afstammen’. ‘Jij wellicht; maar ik in geen geval’, zei vader Eyskens gevat en met grote tegenwoordigheid van geest. Het laatste jaar van de oorlog werd gekenmerkt door de bombardementen op Leuven, die de familie Eyskens in de kelder doormaakte, schuilend onder een met tegels bedekte keukentafel. Na de bevrijding studeerde Mark Eyskens in de Grieks-latijnse humaniora van het Sint-Pieterscollege, was eerste van de klas en verwierf de 'gouden medaille' van primus perpetuus. In die tijd werd er niet gereisd. De verste tocht was een voettocht met vrienden naar de Zoete waters, met als beloning een grote wafel.

Aan de KULeuven studeerde Eyskens Rechten en Filosofie en behaalde hij de diploma's van Doctor in de Rechten en Baccalaureus in de Wijsbegeerte met de grootste onderscheiding. Tevens vatte hij de licentie Economische wetenschappen aan, die hij beëindigde eveneens met grootste onderscheiding. Eyskens was actief in de studentenbeweging als voorzitter van het Vlaams rechtsgenootschap en als redacteur van het studentenblad 'Ons Leven', waarin hij kortverhalen en gedichten publiceerde. In 1953 won hij het interuniversitair welsprekendheids-tornooi en maakte hij een studentenreis naar Berlijn, nog voor de bouw van de muur.

Als fellow van de Belgian American Educational Foundation vertrok Eyskens - nog met de boot - naar de Verenigde Staten van Amerika. Aan de Columbia Universiteit te New York studeerde hij verder Economie, waar hij de graad behaalde van Master of Arts in Economics. Vervolgens maakte hij met drie vrienden (Roger Blanpain, de latere prof, Fernand Herman, de latere minister en Euro-parlementair en Fernand Nédée, die voorzitter werd van de Paribas) een grote reistocht door de Verenigde Staten, Canada en Mexico. Het viermanschap slaagde erin de aangekochte tweedehandswagen duurder te verkopen na de reis dan er voordien voor was betaald.

Bij zijn terugkeer in België deed Eyskens zijn militaire dienst, die toen nog 18 maanden duurde. Eyskens zou de beste herinnering bewaren aan zijn verblijf in het leger, ook al had hij problemen met het correct schouderen van het geweer. Hij waardeerde ten zeerste de toewijding en deskundigheid van vele militairen. Hij eindigde als luitenant en zou het, na een bijkomend kamp, brengen tot eerste luitenant ('four stars', twee op elke kraag). Nadien begon Eyskens aan zijn doctoraat in de Economische wetenschappen en werd hij aspirant navorser van het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek. In 1961 werd hij assistent, belast met een college economie. Hij doctoreerde een jaar later met een thesis over 'De rationalisatie van het gedrag van de consument', dat een paar jaren later bekroond werd met de J.M. Huyghe-prijs voor Economie. In hetzelfde jaar huwde hij met Anne Rutsaert, licentiate in de politieke wetesnchappen. Het echtpaar Eyskens heeft 5 kinderen en Eyskens heeft vaak verklaard dat dit zijn belangrijkste prestatie is geweest..

In 1962 werd Eyskens docent aan de faculteit Economische en Toegepaste Economische Wetenschappen van de KUL. Inmiddels was hij gehuwd met Anne Rutsaert, na een blitz-verloving. Het jonge paar nam zijn intrek in een flatje in de Maria-Theresiastraat te Leuven. Tevens trad Mark toe tot het kabinet van de minister van Financiën, dhr A. Dequae. Eyskens kwam aldus in contact met de politiek, waarover hij al zoveel had gehoord in de huiskring en waar hij, als kleine jongen, van achter de trapleuning, alle vedetten van de Belgische politiek over de vloer had zien komen (Spaak, Van Acker, K. Huysmans, Van Cauwelaert, Van Zeeland, A. De Schryver, Theo Lefèvre..). Op het Kabinet van Financiën werkte Mark er o.a. mee aan de fiscale hervorming en werd hij lid van talrijke werkgroepen en commissies. Ook op het hoofdkwartier van de CVP werd hij een actief deelnemer van allerlei studiecommissies.

In 1967 werd hij gewoon hoogleraar economie, belast met het onderwijs van de micro-economie, de algemene economie en de publieke financiën. Eyskens verliet het Kabinet van financiën en legde zich toe op de voorbereiding en publikatie van zijn cursussen. In het gezin Eyskens volgden de geboorten elkaar op en binnen de kortste keren waren er twee dochters en twee zonen. De derde dochter - Kristina - zou in 1977 geboren worden toen Mark Eyskens lid was van de regering Tindemans. De toenmalige premier verbood Eyskens de ministerraad te verlaten, zodat het wicht ‘in absentia’ geboren werd. Leo Tindmans maakte dit goed door aan de vrouw van Mark een grote bloemenruiker te bezorgen. In 1965 verhuisde de familie naar Heverlee. Eyskens, die lid geworden was van het Centraal Bureau voor het Spaarwezen, schreef een aantal boeken o.m. 'Van Gisteren naar Morgen, economisch bekeken', 'Economie als tijdverdrijf'en 'Economie van Nu en Straks'. Hij werd lesgever Economie in een educatief TV-programma van de BRT. De universitaire problemen kaartte hij aan in twee publicaties 'Dilemma's voor een moderne universiteit' en 'Open brief aan de studenten'. Zijn cultuurfilosofische neigingen kon hij botvieren in 'Ambrunetië. Het avondland in de morgen', gevolgd door 'Brief aan de Ambrunetiërs', twee geschriften waarin hij zich boog over de echte en denkbeeldige ziekten van de Europese beschaving. In die periode stond Eyskens ook aan de wieg van het tijdschrift 'Knack', waaraan hij tijdens verscheidene jaren wekelijks medewerkte als columnist.

In 1972 werd Mark Eyskens voorzitter van de unitaire beheerraad van de KUL-UCL en Commissaris-generaal van de Universiteit. In die hoedanigheid hield hij zich onledig met de verdeling van de activa van de universiteit en de overheveling van het personeel van de unitaire universiteit naar respectievelijk de KUl en de UCL. Zijn rol van bemiddelaar tussen Vlamingen en franstaligen was een goede oefening voor wat hem later in de politiek te wachten zou staan. In die jaren was hij ook voorzitter van de Hoover-stichting.

Eyskens werd ook lid van de Trilaterale Commissie, een internationale vereniging van politici, zakenlui en academici uit Amerika, Japan en Europa. Hij leerde er een aantal prominenten van de internationale politiek en financiën kennen, zoals o.a. H. Kissinger, Z. Brezinsky, R. Barre, W. Mysayawa, de latere Japanse premier en D. Rockefeller. Dit lidmaatschap liet hem ook toe geregeld Amerika en Azië te bezoeken.

Bij de parlementsverkiezingen van 1974 stond Eyskens als opvolger op de Senaatslijst voor het arrondissement Leuven en nam hij aan zijn eerste kiescampagne deel. Hij behaalde ongeveer 9.OOO voorkeurstemmen. In die periode ontpopte Eyskens zich ook als een veel gevraagd spreker op talrijke congressen, colloquia, symposia en bijeenkomsten van verenigingen, organisaties en van de CVP. Het was de tijd dat collega's over Eyskens vertelden: 'Vandaag is er groot nieuws. Van avond spreekt Eyskens eens NIET'. Eyskens was ook betrokken bij de oprichting van de Koning Boudewijnstichting en werd voorzitter van de Cooperatieven van het ACW te Leuven.

In 1976 kwam een belangrijk keerpunt in Eyskens' leven. Op een mooie middag in oktober kreeg Mark Eyskens een telefoontje van de toenmalige Eerste Minister Leo Tindemans, die hem voorstelde om in zijn regering te stappen. Eyskens belde naar Rector P. De Somer, die hem afraadde het voorstel te aanvaarden omdat Eyskens als minister van gewoon hoogleraar zou worden gedegradeerd tot buitengewoon professor en hij ontslag zou moeten nemen als commissaris-generaal. Toch ging Eyskens op de uitdaging in. Hij kreeg meteen drie portefeuilles te beheren: streekeconomie, ruimtelijke ordening en sociale huisvesting. Eyskens hield zich vooral bezig met de toepassing van de expansiewetten op een ogenblik dat het Vlaamse bedrijfsleven zwaar getroffen werd door de eerste oliecrisis. Ook zorgde hij ervoor dat voor Vlaanderen gewestplannen werden uitgevaardigd, die een einde maakten aan de willekeur inzake grondbestemming. Rond Brussel werden de bouwgronden verminderd ten einde het Vlaams karakter van de Brusselse rand te bewaren. Samen met Prof.R.Blanpain ging hij naar de OESO te Parijs om de werknemers te verdedigen van een Amerikaans bedrijf, die zonder plichtplegingen door de directie waren afgedankt (de 'Badger-case').

Inmiddels (1977) was Eyskens verkozen tot volksvertegenwoordiger van het arrondissement Leuven, en dit met een zeer groot aantal voorkeurstemmen (3O.OOO).In de regering Tindemans II werd Eyskens belast met de Begroting en werd hij voor het eerst geconfronteerd met het drama van de Staatsfinanciën. In de kortstondige regering Vanden Boeynants behield Eyskens zijn bevoegdheden en luidde hij de alarmklok over het overheidstekort, dat toen 8O miljard BF.bedroeg. Het zou later oplopen tot 5OO miljard. In het Kabinet Martens I (1979) werd hij minister van ontwikkelingssamenwerking, een post die hem in contact bracht met het buitenlands beleid en de ellende van de derde wereld. Eyskens stelde op de Unctad-conferentie een 'Pact voor Solidaire Groei'voor. Hij stemde ons ontwikkelingsbeleid in centraal Afrika af op de basisbehoeften van de

bevolking. In 198O werd hij voor de eerste keer minister van Financiën. Eyskens waarschuwde voor de ontwrichting van de Staatsfinanciën en trachtte vooral de inflatie te bestrijden en de competitiviteit van onze ondernemingen te bevorderen, op een ogenblik dat de geesten hiervoor niet rijp waren. Hij schreef een crisis-lening uit met fiscale voordelen en leidde een departement met 32.OOO ambtenaren. In april 1981 werd hij Eerste Minister van een coalitie van christen-democraten en socialisten. Eyskens poogde het concurrentievermogen van onze economie te verbeteren zonder devaluatie, maar wel door het doorvoeren van de 'Maribel-operatie' (verlaging van de patronale RSZ-bijdragen). De regering struikelde echter over het staaldossier toen Eyskens weigerde in te gaan op de socialistische eisen om massaal steun te verlenen aan het Waalse staal. In de regering Martens V met de liberalen werd Eyskens minister van Economische zaken en had hij de handen vol met de zieke nationale sectoren: staal, steenkool, textiel, scheepsbouw. Hij verdedigde de herstructurering van Cockerill Sambre en stelde crisis-manager Gandois aan, die het bedrijf opnieuw rentabel zou maken. De steenkoolmijnen werden geleidelijk gesloten zonder sociale revolte. Tevens werd een voorlopige regionalisering van de nationale sectoren doorgevoerd. Eyskens liberaliseerde ook het prijzenbeleid. Nadien werd Eyskens voor de tweede maal Minister van Financiën. In die hoedanigheid bereidde hij de fiscale hervorming voor, met de bedoeling de fiscale druk op het arbeidsinkomen te verlagen. Hij emitteerde Ecu-muntstukken, voor het eerst in Europa ter gelegenheid van de 3Oste verjaardag van het verdrag van Rome en nam maatregelen met het oog op de hervorming van de beurs. Hij had ook af te rekenen met de overname van de generale Maatschappij door Indo-Suez, na heel wat touwtrekkerij en een homerische strijd tussen financiële groepen (o.a. de Benedetti). Als minister van Financiën was Eyskens ook voorzitter van de Europese ministerraad en moest hij twee muntherschikkingen binnen het Europees muntstelsel klaren. In die periode was hij ook Gouverneur van het Internationaal Muntfonds en van de Wereldbank.

In de laatste regering Martens, opnieuw met de socialisten, werd Eyskens Minister van Buitenlandse zaken. Vanaf 1989 werd hij nauw betrokken bij de gebeurtenissen in Oost-Europa, de val van de muur van Berlijn, de ineenstorting van het communisme in het ene land na het andere en uiteindelijk ook in de Sovjet-Unie. Meteen werd ook een einde gemaakt aan de koude oorlog. In die periode van intens diplomatiek overleg ontmoette Eyskens alle hoofdrolspelers van de recente geschiedenis: M. Thatcher, F. Mitterand, H. Kohl, R. Reagan, Gorbatschov, Shevarnadze, G. Bush, J. Baker... Een tweede overrompelend dossier waar Eyskens mee te maken had, was de Golf-oorlog, op een ogenblik dat België lid werd van de veiligheidsraad in de Verenigde Naties. Op binnenlands vlak moest Eyskens optornen tegen de onwil van de socialisten om de geallieerden betekenisvol te steunen (weigering van munitielevering aan Engeland, schoorvoetende ter beschikkingstelling van vliegtuigen en mijnenvegers, verbod van elke wapenexport). Een derde dossier betrof de relaties met Zaïre die Eyskens in nieuwe banen leidde door een ontwikkelingsakkoord van een nieuw type af te sluiten met de Zaïrese regering. Maar toen een moordpartij uitbrak op de campus van Lumumbashi verdedigde Eyskens met klem de mensenrechten en eiste hij van president Mobutu een internationaal onderzoek. Deze houding leidde tot een verkoeling van de Belgisch-Zaïrese relaties. In Ruanda braken vijandelijkheden uit en dienden de Belgische ingezetenen te worden gerepatrieerd. De socialistische regeringspartner en de minister van defensie trokken de militairen zeer snel uit Ruanda terug, waardoor het vertrouwen in België werd geschokt en een klimaat van onveiligheid ontstond, dat later (in 1994) zuur zou opbreken met de genocide. Eyskens hield zich ook bezig met het conflict in het Midden Oosten en hield besprekingen met de Israëlische regering, Yasser Arafat, Koning Hoesein van Jordanië, de Iraanse leiders en president Assad van Syrië. Tevens slaagden hij en zijn medewerkers erin de vier leden van de familie Houtekins, die sedert 4 jaren gegijzeld waren door arabische terroristen, vrij te krijgen. Het werd hem niet in dank afgenomen. Het afleveren door het departement van Buitenlandse Zaken, buiten het medeweten van de minister, van een visum aan Walid Khaled, de woordvoerder van een terroristische organisatie, waardoor deze 24 uren te Brussel vertoefde, zorgde voor een enorme rel. Oppositie en leden van de meerderheid poogden vruchteloos gedurende maanden Eyskens uit het zadel te lichten. Maar hij kreeg, na een gtrondig onderzoek, het vertrouwen van het parlement en zette zijn taak voort. Tenslotte was Eyskens gedurende twee jaren mede-onderhandelaar van het verdrag van Maastricht, dat hij in 1992 namens België plechtig ondertekende en dat de basis legt van de Economische en Monetaire Unie. Als minister van Buitenlandse zaken nam hij deel aan een hele reeks Europese top-bijeenkomsten met Europese Staatshoofden en regeringsleiders.Hij was ook gedurende een jaar voorzitter van de West-Europese Unie. In 1991 kreeg hij het 'Harry Edmonds Award' van International House (New York) voor de rol die hij op internationaal vlak had gespeeld. In 1991 vergezeld hij Koning Boudewijn naar de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties te New York om er namens Begië het verdrag te ondertekenen in verband met de Rechten van Het Kind. Eyskens was ook, in 1992, namens België de ondertekenaar van het verdrag van Maastricht.

In 1992 verliet Eyskens de Belgische regering. Hij was van 1976 tot 1992 lid geweest van 13 opeenvolgende regeringen. In het parlement werd Eyskens lid van de commissies van buitenlandse betrekkingen, Europese aangelegenheden, Financiën en Begroting. In 1994 werd hij aangesteld tot verslaggever van de kamer over de Intergouvernementele Conferentie van 1996. Hij legde ook een wetsvoorstel neer houdende radicale depolitisering van de benoemingen in het openbaar ambt.In 1992 werd Eyskens door de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa belast met een 'fact finding mission' in Georgië, dat hij twee maal bezocht aan het hoofd van een internationale delegatie. Hij bezocht er o.m. Ossetië, dat onder het vuur lag van de rebellen.Hij nam deel aan verscheidene parlementaire delegaties tijdens buitenlandse bezoeken o.m. aan Kazakstan, Congo, Polen, Londen, enz.

In 1994 werd hij verkozen tot gemeenteraadslid van de stad Leuven. In de schoot van de CVP speelde hij een actieve rol als lid van talrijke studie- en werkgroepen. Zo werd hij voorzitter van de CVP-commissie voor buitenlands beleid. Hij is ook lid van het CVP-partijbureau ( op wiens vergadering hij sedert 1976 elke maandagochtend aanwezig is), van het Algemeen Partijbestuur en uiteraard lid van de Kamerfractie. Hij is erg stipt in het bijwonen van de parlementsvergaderingen. Aan de universiteit te Leuven kon Eyskens, die ook als minister steeds was blijven doceren, voornamelijk op zaterdagochtend, zich intenser wijden aan zijn taken. Hij werd ook voorzitter van het Instituut voor Europees beleid en van de Raad voor Europees Onderzoek.In 1993 nam hij het initiatief tot de inrichting van een interfacultaire cursus 'Lessen voor de 21ste Eeuw', opgevat als een keuzevak voor de tweede cyclusstudenten van de dertien faculteiten van de KUL. Het succes was overrompelend, aangezien meer dan 1OOO personen deze leergangen zouden volgen. In 1995 werd Eyskens benoemd tot titularis van de Benelux-leerstoel, wat hem verplicht een aantal colleges te doceren in Nederland, België en Luxemburg. Hij werd tevens voorzitter van de jury van de Bacob-prijs voor financiële economie. Hij werd ook lid van de raad van beheer van het Francquifonds en werd lid van de raad van bestuur of de raad van commissarissen van een aantal Belgische en Nederlandse bedrijven (UCB als voorzitter, BBL, Gevaert, Gerling, ING - interntionale raad van advies - Johan Enschedé, Koninklijke Nagron)

Vanuit het Belgische Parlement werd Eyskens lid van de Raad van Europa, te Straatsburg en was hij er actief in de commissie Economie. Hij werd ook lid van de parlementaire assemblée van de West-Europese Unie - die zich bezig houdt met de Europese veiligheid - en werd hij tot onder-voorzitter van deze vergadering verkozen. Hij was verscheidene malen rapporteur en nauw betrokken bij de besprekingen over de toekomst van de WEU. In 1998 legde Eyskens in de Kamer van Volksvertegenwoordigers een wetsvoorstel neer met het oog op de oprichting van een hoofdzakelijk niet-parlementair Waarde-overlegcentrum. Het is de bedoeling dat dit Centrum, naar het beleid toe, adviezen zou uitbrengen over het waarde-aspect van de beleidsmaatrgelen en meer bepaald over de vraag hoe verandering moet worden ongevomrd tot menselijke vooruitgang.

In 1988 reeds was Eyskens lid geworden van de Koninklijke Academie van België voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten. In 1992 kwam daar het voorzitterschap bij van het Centrum voor Europese Cultuur en van de Christian Academy for European Dialogue. Hij is thans voorzitter van de Raad van Bestuur van de Francqui-stichting, Voorzitter van de Mid-Atlantic Club en van de vereniging van Belgisch-Taïwanese parlemntsleden. Hij werd hij lid van de raad van bestuur van de International Crisis Group, een organisatie die zich bezig houdt met preventieve diplomatie en conflictbemiddeling in de wereld. Hij is trustee van International House in New York. Tevens is hij voorzitter van het Europees Centrum voor Poëzie en Voorzitter van de vrienden van Anton Van Wilderode. In 1993 was hij voorzitter van de jury van de AKO-literatuurprijs, de hoogste letterkundige prijs van Nederland en Vlaanderen. Eyskens is ook nog ondervoorzitter van de vrienden van de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem en ondervoorzitter van 'Les Grandes Conférences Catholiques'. Als economisch consultant wordt hij wel eens geraadpleegd door organismen en industriële groepen in binnen- en buitenland. Hij is ook voorzitter van de International Academy for Eurtopean Dialogue en lid van de Academia Europea. Hij is tevens lid van de Raad van Bestuur van de Universitaire Stichting.

In 1997 werd Eyskens benoemd tot minister van Staat. In 200 ontving hij de Benelux-Europa-prijs te den Haag.

In 1995 werd hij voorzitter van het Festival van Vlaanderen, een functie die hem toelaat zijn grote liefde voor de muziek uit te leven en kennis te maken met de vermaarde solisten en dirigenten.

Mark Eyskens is het tegenovergestelde van een 'politiek dier'. Hij heeft zich nooit door de politiek laten inpalmen, hoezeer hij ook door de hem toevertrouwde politieke opdrachten werd begeesterd. Volgens Eyskens is men maar een goed politicus als men ook nog wat anders is. Eyskens ruime belangstelling staat hiervoor borg. Geregeld bekruipt hem de lust om zijn ideeën aan het papier - vandaag aan de computer - toe te vertrouwen. Ook toen hij minister was kon Eyskens niet nalaten geregeld een boek te schrijven. Als minister van economische zaken publiceerde hij ' Economie voor Iedereen' en 'Bron en Horizon', dat werd bekroond met de prijs van de scriptores Christiani. Later volgde een filosofische roman: 'Het storende levensverhaal van prof. J.K. Mortal. Een boek over Mens en Men', waarin hij de bekering schetst van een professor in de fysica tot de metafysica. Zijn ervaringen als minister van Buitenlandse zaken verwoordde hij in : 'Buitenlandse zaken. De Oost-West-Kentering 1989-1992'. In 1994 volgde : 'De grote Verjaring. Van de 2Oste eeuw naar het 3de millennium', een boek dat 2O weken op de lijst van de bestsellers prijkte. In 1995 volgde het werk ‘Is verandering vooruitgang?’ en in 1996 een roman: ‘De reis naar Dabar. Een filosofische thrtiller’. Dit boek bewerkte Eyskens tot een erg verschillende Franse versie die verscheen in 1998 onder de titel: ‘L’Affaire Titus. Métaroman’, dat aan zijn tweede druk toe is. Nadien verschenen 'Er zijn geen economische problemen'; 'Democratie tussen spin en web'; Het verdriet van het werelddorp'. In 2001 verscheen zijn 33ste boek onder de titel: 'Leven in tijden van Godsverduistering', een reflectie over het gewijzigde mens-,wereld- en Godsbeeld. Dit boek kende  heel snel een derde druk. Vele Eyskens-boeken werden in het Frans vertaald, een paar kleinere werken in het Engels en één in het Spaans. Daarnaast publiceerde hij honderden artikels in allerlei tijdschriften en tenminste evenveel bijdragen in kranten en weekbladen.

Van vader Eyskens leerde Mark schilderen, ofschoon hij een totaal andere stijl beoefent. Gaston Eyskens had een degelijke technische opleiding gekregen tijdens wereldoorlog I. Zijn vader (de grootvader van Mark) was toen vrijwilliger aan het front in Vlaanderen, terwijl het gezin Eyskens was gevlucht naar Nederland. Daar,in Breda, waar de Hollandse tak van de familie Eyskens wortel had geschoten, liep de jonge Gaston Academie en leerde hij de knepen van de schilder- en, vooral van de portret-kunst. Mark Eyskens is een autodidact, die bovendien noch tijd noch zin heeft om zijn ezel in de velden te planten. Hij schildert thuis, in een rommelige achterkamer, terwijl hij, via de koptelefoon naar muziek luistert. Het resultaat zijn surrealistische landschappen met hoge luchten, bladerloze bomen, ontketende zeeën, verzonken steden of dromerige vergezichten. Eyskens relativeert dit gepenseel en geborstel. Er zijn immer twee soorten schilders. Diegenen, waarvan de schilderijen worden opgehangen tegen de muren van onze musea en diegenen die verdienen opgehangen te worden in de plaats van hun schilderijen. Vele van de Eyskens-probeersels vonden hun eindbestemming op de laatavond-tombola's van de CVP en (andere) goede werken. Eerste prijs: één schilderij van Eyskens; tweede prijs: twee schilderijen van Eyskens; derde prijs: drie schilderijen van Eyskens ... Dit belet niet dat Eyskens een tiental tentoonstellingen mocht organiseren, waaronder een paar te Brussel, te Antwerpen, Leuven, Brugge, Haselt, Knokke en één in het Casino van Knokke.

De talrijke eretekens en decoraties die aan Mark Eyskens werden verleend, worden door hem nooit gedragen. Buiten wandelen en snel stappen in de lange gangen van het parlement, beoefent Eyskens geen sport, tot groot ongenoegen van zijn familieleden. Vakantie wordt met mondjesmaat aangereikt en is beperkt tot een paar weken aan de Belgische kust, dicht bij huis. Want beroepshalve heeft hij veel continenten afgedweild. Op al deze tochten maakte hij zeer vele foto's en verzamelde hij heel wat documentatie die hij zal bekijken als hij met pensioen zal zijn. Eyskens is een bezigheidsterapeut, die van 8 u. 's ochtends tot middernacht bezig is, ook op zaterdagen en niet zelden op zondag. Gelukkig kan hij bogen op deskundige en toegewijde medewerkers om de aanzienlijke briefwisseling in goede banen te leiden. Per jaar woont hij gemiddeld 5OO à 75O vergaderingen bij en houdt hij 15O à 2OO spreekbeurten. Dat dit ook wel gevolgen kan hebben voor de gezondheid ondervond hij kortstondig in 1993.

Eyskens beschouwt zichzelf als bijzonder bevoorrecht. Sedert zijn geboorte heeft hij zich nooit één seconde verveeld. Hij heeft het geluk 1OO uren per week bezig te kunnen zijn. Dit alles vervult hem met grote dankbaarheid en ook met het besef dat zich mogen en kunnen inzetten voor andere mensen en voor hun lotsverbetering een opdracht en een plicht, maar ook een geluk is. Dat ook humor in het leven hartversterkend is, heeft Eyskens in vele omstandigheden aangetoond.

In het parlement, tijdens de commissievergaderingen, vindt Eyskens zijn draai. Aan de meeste discussies neemt hij deel, want zwijgen is niet zijn sterkste zijde. Eyskens kent zijn gebreken en tekortkomingen. De nieuwe federale kamer vervult, krachtens de nieuwe Grondwet, een belangrijke functie. Eyskens speelt er een actieve rol, puttend uit zijn ervaring en zijn zin voor evenwicht en redelijkheid. Zijn belangstelling gaat uit naar de budgettaire problemen van ons land en met het beheersen van onze openbare schuld. Het macro-economisch beleid, de economische evolutie van ons land en de inschakeling van België in de Europese Economische en Monetaire Unie behoren tot de belangrijkste taken van het parlement. Ook de hervorming van de sociale zekerheid staat na de verkiezingen van 1999 ongetwijfeld op het programma. Er is meer solidariteit nodig met de minstbedeelden. De hoge werkgeversbijdragen die de arbeidskost veel te hoog hebben gemaakt en daardoor de werkloosheid in de hand werken, moeten worden verlaagd. Het hertekenen van de scoiale zekerheid mag evenwel onder geen enkel beding de armoede in ons land vergroten. Eyskens wil ook graag zijn taak voortzetten van voorzitter van een interparlementaire werkgroep, die vertegenwoordigers groepeert van de 15 EU-parlementen + van het Europees parlement en die zich bezig houdt met de institutionele hervormingen in Europa, in het licht van de toetreding van nieuwe lidstaten. Hoe de besluitvorming in de Europese ministerraden efficiënter maken? Hoe de Europese instellingen doorzichtiger maken en de burgers nauwer betrekken bij het Europese beleid? Meer democratie voor meer Europa, maar hoe? Deze vragen zijn steeds meer aan de orde. Een eengemaakt Europa is van essentieel belang voor de welvaart van het oude continent, rekening houdend met de opkomst van zovele dynamische, jonge landen in de wereld, die onze vrienden maar ook onze concurrenten zijn. De nationale regeringen zijn te klein geworden voor de grote problemen en te groot voor de kleine problemen. Binnen het Belgische Staatsverband is ruimte geschapen voor de drie deelstaten en drie gemeenschappen. Hier situeert zich het belangrijke werkterrein van de Vlaamse Gemeenschap en haar door de Grondwet gevestigde organen. Hun werking, bevoegdheid, verantwoordelijkheid en financiering zijn evenwel niet af. Dat is de reden waarom in de volgende legislaturen werk moet worden gemaakt van een bijkomende Staatshervorming. Eyskens heeft altijd gepleit voor een efficiënt werkend federalisme, zo mogelijk naar Duits voorbeeld, met grote autonomie van de gewesten en gedeeltelijke verantwoordelijkheid op het vlak van de fiscaliteit en de kinderbijslagen. Dat de federale regering geen bevoegdheid meer heeft inzake openbare werken, landbouw, buitenlandse handel en op termijn inzake ontwikkelingssamenwerking vindt hij te verregaand omdat hierdoor ernstige problemen van beleidscoherentie ontstaan. Een hiërarchie van de normen en een grondwettelijk hof zouden het Belgisch federalisme consolideren. Hij is geen voorstander van confederalisme omdat dit een staatsvorm is (statenbond genaamd) die een verdragsgemeeschap tussen onafhankelijke staten veronderstelt. Een onafhankelijke staat Vlaanderen (a fortiori Wallonië) ziet Eyskens niet ziten in de 21ste eeuw. In zekere zin komt de Vlaamse onafhankelijkheid twee eeuwen te laat. De Europese samenleving wordt gelukkig gekenmerkt door post-nationalisme en door afbouw van de nationale souvereiniteit ten voordele van de Europese instellingen. Brussel is in die context belangrijker geworden dan België. Een Vaamse afscheiding betekent onvermijdelijk dat Vlaanderen Brussel - thans ook de politieke hoofdstad van het Gewest(+gemeenschap) Vlaanderen - zou verliezen, wellicht samen met de ruime rand rond Brussel. Dit zou een dodelijke verminking betekenen van Vlaanderen dat dreigt ineen te schrompelen tot en ministaat.

Politiek heeft in wezen te maken met het bestuur van de Staat. Voor de oude Grieken was dit de stad, de polis. Sommige niet nadenkende mensen stellen dat de maatschappij zich zelf kan beredderen, zonder Staat. Niets is minder waar. De markteconomie - in tegenstelling tot het communisme wat er een puinhoop van maakt - zorgt inderdaad voor welvaart. Het overheidsbeleid moet er voor zorgen dat de markteconomie doelmatig werkt, dat de bedrijven competitief zouden zijn en werk en inkomen zouden verschaffen. Maar er is een overheid nodig om de welvaart rechtvaardig te verdelen tussen jong en oud, gezonden, zieken en gehandicapten. De markteconomie waarborgt ook niet dat elkeen werk zou hebben, dat het leefmilieu schoon wordt gehouden, dat iedereen kan wonen en kan studeren. De markt zorgt evenmin voor de veiligheid van de burgers en de strijd tegen al wat illegaal is. Naast economische besluitvorming is er dus een grote nood aan overheidsbeslissingen en dus aan politiek.

De politiek, zoals de economie, staat evenwel ten dienste van de mens. Vandaar het grote belang van de democratie, die de regering is van het volk, dank zij het algemeen stemrecht. De democratie heeft ook een ethische waarde, omdat zij de menselijke persoon eerst plaatst. De overheid, de Staat, de partij zijn geen doelen op zich, iets wat bepaalde politici wel eens vergeten, als ze de neiging vertonen tot collectivisering, reglementering en bureaucratisering.

.Politiek heeft altijd te maken met waarden en uiteindelijk met de vraag wat goed of kwaad is voor de mensen, voor de samenleving. In de politiek is een ethische, morele vraagstelling derhalve onvermijdelijk. Deze vraagstelling rijst niet alleen op wanneer het gaat over abortus en euthanasie. Elk maatschappelijk probleem - de hervorming van de sociale zekerheid, de sanering van de overheidsfinanciën, het beleid van veiligheid en vrede... - vertoont een onherleidbaar ethisch aspect. Een waardenschaal moet derhalve de politieke actie richten. Voor Eyskens en de christen-democraten is deze waardenschaal onlosmakelijk verbonden met de christelijke levensbeschouwing, met een visie op de mens, die geroepen is door de Geest om in medemenselijkheid een betere wereld tot stand te brengen. Want enkel in de verdediging van de rechtvaardigheid is gematigdheid geen deugd. Enkel in de verdediging van de vrijheid is extremisme geen ondeugd. In alle andere gevallen roept de eerbiediging van en de solidariteit met de medemens op tot verdraagzaamheid, luisterbereidheid en toewijding.

De jongste jaren heeft Eyskens steeds meer van zijn tijd geïnvesteerd in de werkzaamheden van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen en Kunsten, waarvan hij sedert 1987 lid is. Hij werd er de eerste voorzitter van het Centrum voor Europese Cultuur en is de alternerende voorziter van de Commissie belast met de uitgave van de diplomatieke stukken. In 2002 was hij bestuurder (voorzitter) van de Klasse van de menswetenschappen en thans voorzitter van de Koninklijke Vlaamse Academie van Belgiê voor wetenschappen en kunsten.

 

* verder op deze website vind u een uitgebreid curriculum vitae en een boekenbibliografie van Mark Eyskens.

 

Een vlijtig en pienter student, Simon Vandekerckhove schreef over mij een jaarwerk, dat mij zeer vleit en pleziert en dat ik hierbij onverkort afdruk. Ik vond zijn prestatie tof, zeer tof, allertofst. Hij kreeg van mij 21 op 20, maar ik was natuurlijk bevooroordeeld, niet objectief, wellicht partijdig.

 

 

 

Vandekerckhove Simon 6e Lat.-Mod.Talen

 

 

 Nota van de redactie

bovenstaande foto werd in de politiek strijd licht bechadigd door een collega, een synoniem voor tegenstander, vijand, malloot, beunhaas, schuinmarcheerder, onbenul, rare kwiet.

 

 

nleiding

In deze korte uiteenzetting zal ik proberen de levensloop van Mark Eyskens zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven. Ik vertel in het kort de ruime opleiding die hij genoten heeft en daarna behandel ik uitgebreid zijn politieke carrière. Vervolgens heb ik het over hem in de actualiteit en over zijn visie betreffende de huidige Irakese kwestie. Verder geef ik mijn persoonlijke mening over Eyskens en heb ik zijn bekendste uitspraken en oneliners op een rijtje gezet. Tot slot heb ik hem een persoonlijke vraag gesteld over de manier waarop hij terugkijkt op zijn politieke leven, maar laten we beginnen bij het begin : de geboorte van Mark Eyskens.

De opleiding van Mark Eyskens

Mark Eyskens is geboren te Leuven op 29 april 1933 en is de zoon van de politicus Gaston Eyskens. Al van in het lager onderwijs werd duidelijk dat de jonge Eyskens z'n klasgenoten ver achter zich liet. Eyskens volgde in het middelbaar onderwijs Latijn-Grieks in het Sint-Pieterscollege, waar hij de eerste was van de klas en de ‘gouden medaille’ van primus perpetuus kreeg. Aan de Koninklijke Universiteit van Leuven studeerde hij rechten en Filosofie en behaalde hij de diploma’s van Doctor in de Rechten en Baccalaureus in de Wijsbegeerte, beide met de grootste onderscheiding. Hij begon ook de licentie Economische wetenschappen, die hij beëindigde met grootste onderscheiding. Eyskens was actief in de studentenbeweging als voorzitter van het Vlaams Rechtsgenootschap, voorzitter van de faculteitskring Themis en ondervoorzitter van de Europa-kring. Tevens was hij redacteur van het studentenblad ‘Ons Leven’ en in 1953 won hij het interuniversitair welsprekendheids-tornooi. Hij volgde een vakantiecursus te Cambridge en in 1957 ging hij naar de Verenigde Staten, waar hij aan de Colombia University in New York verder economie studeerde en waar hij de graad haalde van Master of Arts in Economics. Na nog wat rondgereisd te hebben in de VSA, Canada en Mexico, keerde hij terug naar België en deed zijn militaire dienst, waarin hij het bracht tot eerste luitenant. Nadien begon Eyskens aan zijn doctoraat in de Economische wetenschappen en werd hij aspirant navorser van het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek. Hij doctoreerde in 1962 met een thesis ‘De rationalisatie van het gedrag van de consument’, dat een paar jaren later bekroond werd met de J.M. Huyghe-prijs voor Economie.

Hiermee eindigde de ruime opleiding van Eyskens en hij werd docent aan de faculteit Economische en Toegepaste Economische Wetenschappen van de KULeuven. Inmiddels was hij gehuwd met Anne Rutsaert, waarmee hij 5 kinderen zou krijgen. In 1962 trad Eyskens toe tot het kabinet van de minister van Financiën Dequae en kwam zo actief in contact met de politiek.

De politieke loopbaan van Mark Eyskens

De politieke loopbaan van Mark Eyskens begon dus in 1962 als adviseur van de minister van Financiën. Hij werd lid van talrijke werkgroepen en commissies en ook op het hoofdkwartier van de CVP deelde hij mee aan allerlei studiecommissies. In 1967 werd hij hoogleraar economie en verliet het kabinet om zich toe te leggen op de voorbereidingen en publicatie van zijn cursussen. Hij schreef ook een aantal boeken, waaronder ‘Economie als tijdverdrijf’ en ‘Economie van Nu en Straks’ en hij werd lesgever economie in een educatief TV-programma van de BRT. Hij speelde ook een belangrijke rol in de oprichting van het tijdschrift ‘Knack’, waaraan hij gedurende verschillende jaren wekelijks meewerkte als columnist. Eyskens werd Commissaris-generaal van de KUL en was voorzitter van de Hoover-stichting en in 1974 werd hij weer actief in de politiek. Bij de parlementsverkiezingen stond hij als opvolger op de Senaatslijst voor het arrondissement Leuven en nam hij aan zijn eerste kiescampagne deel. Hij behaalde ongeveer 9.000 voorkeursstemmen. In die tijd werd Eyskens zeer veel gevraagd als spreker op talrijke congressen en bijeenkomsten, bij organisaties en in de CVP. In 1977 werd hij verkozen tot volksvertegenwoordiger van het arrondissement Leuven met 30.000 voorkeursstemmen.

In 1976 kwam een belangrijk keerpunt in Eyskens’ leven. Hij kreeg een telefoontje van de toenmalige Eerste Minister Leo Tindermans (zie foto), die hem voorstelde om in zijn regering te stappen. Men raadde het hem af op het voorstel in te gaan, omdat hij als minister van hoogleraar tot professor zou worden gedegradeerd en omdat hij ontslag zou moeten nemen als Commisaris-Generaal van de KUL. Toch ging Eyskens op de uitdaging in en werd belast met streekeconomie, ruimtelijke ordening en sociale huisvesting. Van 1976 tot 1992 was hij lid van 13 opeenvolgende regeringen:

-In de regering Tindemans II werd Eyskens belast met de Begroting en werd hij voor het eerst geconfronteerd met het drama van de staatsfinanciën.

-In de kortstondige regering Vanden Boeynants behield Eyskens zijn bevoegdheden en luidde de alarmklok over het overheidstekort, dat toen 80 miljard oude Belgische Frank bedroeg (het zou later oplopen tot 500 miljard).

-In het Kabinet Martens I werd hij minister van Ontwikkelingssamenwerking, een post die hem in contact bracht met het buitenlands beleid en de ellende van de Derde Wereld.

-In 1980 werd hij voor de eerste keer minister van Financiën en waarschuwde voor de ontwrichting van de Staatsfinanciën en de inflatie.

-In april 1981 volgde hij Martens op als Eerste Minister, maar zijn bewind duurde niet lang. De toestand in België was dramatisch: er was een record aantal werklozen en de staatsschuld stijgde elke dag met 1,7 miljard frank. Eyskens nam noodmaatregelen voor de textiel- en staalsector, bezuinigde op de overheidsbegroting en zette de operatie "Maribel" op poten, dat een vermindering van de werkgeversbijdragen voor arbeiders inhield, maar 5 maanden later viel zijn regering door de kwestie van de financiering van de Waalse staalindustrie, waarbij Eyskens weigerde steun te verlenen aan het Waalse staal. De regering viel op de eerste dag van de herfst en Eyskens hield een toespraak die begon als volgt: "Het is 21 september, de eerste dag van de herfst, het vallen van de bladeren. De regering is ook gevallen". Eén van de verwezenlijkingen van de regering Eyskens was de verlaging van de stemgerechtigde leeftijd voor de nationale verkiezingen van 21 naar 18 jaar. Het werd voor de eerste maal toegepast bij de vervroegde parlementsverkiezingen van 8 november 1981. Eyskens bleef nog drie maanden demissionair Eerste Minister, voordat hij werd opgevolgd door Martens.

-In de regering Martens V met de liberalen werd Eyskens minister van Economische zaken en had hij de handen vol met de verzwakte sectoren : staal, steenkool, textiel en scheepsbouw.

-Nadien werd hij voor de tweede maal minister van Financiën. Hij probeerde fiscale hervormingen door te voeren met de bedoeling de fiscale druk op het arbeidsinkomen te verlagen en hij nam maatregelen met het oog op de hervorming van de beurs. Als minister van Financiën was hij ook voorzitter van de Europese ministerraad en Gouverneur van het Internationaal Muntfonds en van de Wereldbank.

-In de laatste van de 9 regeringen van Martens (zie foto) werd Eyskens minister van Buitenlandse Zaken. Vanaf 1989 werd hij nauw betrokken bij de gebeurtenissen in Oost-Europa: de val van de Berlijnse muur, de ineenstorting van het communisme en het einde van de Koude Oorlog. In die periode van diplomatiek overleg ontmoette Eyskens alle hoofdrolspelers van de recente geschiedenis: Margaret Thatcher, Ronald Reagan, Michael Gorbatsjov, George Bush,… . Een groot dossier waar hij mee te maken kreeg, was de Golfoorlog, waarbij Eyskens veel tegenstand kreeg van de socialisten, die de geallieerden niet wilden steunen. Een ander groot dossier betrof de relaties met Zaïre. Hij wilde een nieuw ontwikkelingsakkoord afsluiten met de Zaïrese regering, maar toen ergens in het land een moordpartij uitbrak, verdedigde Eyskens met klem de mensenrechten en eiste hij van president Mobutu een internationaal onderzoek. Deze houding leidde tot de verkoeling van de Belgisch-Zaïrese relaties en in Ruanda braken vijandelijkheden uit, waardoor heel wat Belgen moesten worden gerepatrieerd. Eyskens hield zich ook bezig met het conflict in het Midden-Oosten en hield besprekingen met de Israëlische regering, Yasser Arafat, Koning Hoessein van Jordanië, de Iraanse leiders en president Assad van Syrië. Tenslotte was Eyskens gedurende twee jaren medeonderhandelaar en verslaggever van het verdrag van Maastricht, dat hij in 1992 in de naam van België plechtig ondertekende en dat de basis legde van de Economische en Monetaire Unie. Als minister van Buitenlandse zaken nam hij deel aan een hele reeks Europese topbijeenkomsten met Europese staatshoofden en regeringsleiders. Hij was ook gedurende een jaar voorzitter van de West-Europese Unie. In 1991 kreeg hij de 'Harry Edmonds Award' van het International House (New York) voor de rol die hij op internationaal vlak had gespeeld. In hetzelfde jaar vergezelde hij Koning Boudewijn naar de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties te New York om er namens België het verdrag te ondertekenen in verband met de Rechten van Het Kind.

In 1992 verliet Eyskens de Belgische regering, maar hij bleef actief in de kamer van volksvertegenwoordigers op het vlak van het Europees en buitenlands beleid, ondermeer als lid van de commissies van Buitenlandse Zaken en Europese Financiën. Hij hervatte zijn fulltime leeropdracht aan de KULeuven als professor economie en in 1993 lanceerde hij de lessencursus 'Lessen voor de 21ste Eeuw', een keuzevak voor de tweede cyclusstudenten van de dertien faculteiten. Het succes was overrompelend: meer dan 1OOO studenten volgden deze lessen.

Hij werd door de Conferentie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (CSCE) belast met een ‘fact finding mission’ in Georgië, dat hij tweemaal bezocht aan het hoofd van een internationale delegatie. In 1994 werd hij verkozen tot gemeenteraadslid van de stad Leuven. In de schoot van de CVP speelde hij een actieve rol als lid van talrijke studie- en werkgroepen. Zo werd hij voorzitter van de CVP-commissie voor buitenlands beleid en was hij al langer lid van het CVP-partijbureau, van het Algemeen Partijbestuur en van de Kamerfractie. Vanuit het Belgische Parlement werd Eyskens lid van de Raad van Europa in Straatsburg en was hij er actief in de commissie Economie. Hij werd ook lid van de parlementaire assemblee van de West-Europese Unie, die zich bezig hield met de Europese veiligheid, en hij werd tot ondervoorzitter van deze vergadering verkozen. In 2001 werd hij algemeen verslaggever van de West-Europese Unie en hij werd afgevaardigd om als waarnemer de werkzaamheden van de Europese conventie bij te wonen. In dit verband maakte hij verscheidene nota’s over de institutionele toekomst van de EU. Hij werd lid van het bestuur van de ‘International Crisis Group’, die zich bezighoudt met preventieve diplomatie en waarvan verscheidene oud-ministers van Buitenlandse Zaken lid zijn. Hij werd ook een titularis van de Benelux leerstoel en kreeg in 2000 de Europa-Benelux-prijs uitgereikt. Hij is ook ondervoorzitter van het Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen en in de wetenschappelijke sector is hij voorzitter van de Francqui-stichting en lid van de raad van bestuur van de Universitaire Stichting. Hij is voorzitter van verschillende jury's van wetenschappelijke prijzen: zo was hij in 1993 voorzitter van de jury van de AKO-literatuurprijs, de hoogste letterkundige prijs van Nederland en Vlaanderen. Sinds 1987 is hij lid van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten. In 2002 was hij er bestuurder van de klasse van de menswetenschappen en sedert 1 januari 2003 is hij de algemene voorzitter van de Koninklijke Academie, een functie dat van hem heel wat werk vergt. Hij is ook voorzitter van het centrum voor Europese cultuur, van het Festival van Vlaanderen en van de Christian Academy for European Dialogue. In 1997 werd Eyskens benoemd tot minister van Staat.

Sinds zijn uittreden uit de regering schreef hij ook een tiental boeken en

honderden artikels, hield hij zeer veel toespraken en spreekbeurten en

nam hij deel aan heel wat congressen, debatten en colloquia.  Hij maakte talrijke reizen naar het buitenland, meestal in opdracht van de kamer van volksvertegenwoordigers. Hij werkte mee aan  verschillende televisieprogramma's, waaronder ‘De Laatste Show’. In zijn vrije tijd beoefent hij zijn hobby, schilderen, wat hij van zijn vader geleerd heeft. Hij schildert surrealistische landschappen met hoge, bladerloze bomen, woeste zeeën, verzonken steden of dromerige vergezichten. Hij hield reeds een tiental tentoonstellingen voor een goed doel op verschillende plaatsen in Vlaanderen.

Vandaag is hij nog steeds parlementariër in de oppositie bij de vernieuwde CVP: de CD&V.

Mark Eyskens in de actualiteit

‘Echte VLD’ers, sta op en verlaat uw partij’ waren de woorden van Mark Eyskens in een interview in de Morgen van 18 januari 2003. In dit artikel spoorde hij de ontevreden VLD-stemmers aan om voor zijn partij te stemmen. ‘Binnen 4 jaar, wanneer hun partij weer liberaal is, mogen ze weer gewoon blauw stemmen, maar eerst moeten de echte VLD’ers met een stem op CD&V een rooms-blauw kabinet aan de macht brengen’, luidde zijn simpele boodschap.

Hij probeert de echte liberalen, die hun partij hebben zien besmet worden door allerlei virussen die niet behoren tot het liberalisme, over de streep te trekken om toch voor één keer voor CD&V te stemmen. Zo hoopt hij dat de Christen-Democraten voldoende kiezers zouden hebben om uit de oppositie te geraken en terug een regeringspartij te worden. ‘Kom naar ons, en dan maken we na de verkiezingen een serieus kabinet, zodat we eindelijk weer een ernstig beleid kunnen voeren’, aldus Eyskens.

Enkele maanden geleden had hij echter nog gemeld dat hij er definitief mee zou stoppen, maar nu wil hij dus toch meedoen, nog één keertje. Hij stopt in de Kamer, maar zijn ambitie is nu om senator te worden. Hij staat dus niet achter Verhofstadts plannen om de Senaat af te schaffen, integendeel, Eyskens vindt dat de Senaat zou moeten uitgebreid worden tot een honderdtal leden, aangezien het op dit moment niet talrijk genoeg is om zijn werk ernstig te doen. De 2 belangrijkste redenen waarom hij senator wil worden, is dus omdat hij de instelling zou willen hervormen en omdat het iets rustiger werk is. Eyskens meent een goeie kans te hebben om voor deze functie verkozen te worden, omdat hij volgens de opiniepeilers niet alleen goed ligt bij de CD&V’ers, maar ook bij de VLD-achterban. Bovendien zijn de helft van de kiezers ouder dan 55 jaar, wat ook in zijn voordeel kan uitdraaien. Ook heeft hij in het verleden een sociologisch onderzoek laten doen over zijn electoraat en kwam hij tot de vaststelling dat er heel wat oud-studenten onder zijn kiezers zitten. Tot slot geeft Eyskens al sinds zijn studententijd 3 tot 4 spreekbeurten per week, en dat zijn er ondertussen al zo’n 8000. Als hij zijn partijleiding kan overtuigen hem op de senaatslijst te plaatsen, ook al is het onderaan, maakt hij een grote kans verkozen te worden.

Zoals je ziet is Eyskens, met zijn 70 jaar, wel al oud, maar nog lang niet out!!

Mark Eyskens over de Irakese kwestie

‘Als de VS militaire actie ondernemen tegen Irak zonder goedkeuring van de Veiligheidsraad, zouden zij een zware klap toebrengen aan de invloed en de geloofwaardigheid van de VN’, verklaarde Eyskens in de Morgen van 1 februari 2003. Bovendien zou het leiden tot een verscheurende verdeeldheid in Europa, die trouwens al begonnen is met de Frans-Duits-Belgische frontvorming tegen Amerika en de pro-Amerikaanse houding van het Verenigd Koninkrijk en Spanje. Toch zal er iets moeten gebeuren, anders wordt zowel het prestige van de VS aangetast, als het gezag van de VN-Veiligheidsraad in gevaar gebracht. Indien de VN in actie zou treden, zou het over een militaire actie gaan, niet gericht tegen het land Irak en nog minder tegen zijn bevolking, maar wel tegen het regime van Saddam Hoessein. De vraag rijst natuurlijk waarom Hoessein zo hardhandig moet worden aangepakt, nadat de wereld 10 jaar lang met hem geduld heeft uitgeoefend. Het antwoord luidt dat de Irakese dictator waarschijnlijk over 2 of 3 jaar in het bezit zal zijn van raketten met middellange reikwijdte, waardoor hij het hele Nabije Oosten kan beheersen en chanteren. Bovendien neemt het risico toe dat hij de massavernietigingswapens in handen speelt van terroristische organisaties, met alle gevolgen van dien.

Volgens Eyskens zijn er echter heel wat meer redenen om een regimewijziging in Irak door te voeren. Eyskens ziet het hele probleem in een veel groter geheel en volgens hem zou dat slechts een fase zijn in een veel ruimer scenario. Want als het lukt een nieuw regime in Irak te installeren, groeit de kans dat de regimes in Iran en Saoedi-Arabië eveneens worden omvergeworpen en dat deze 3 sleutellanden (Iran, Irak en Saoedi-Arabië) in grote mate worden bevrijd van het juk van dictatuur en fundamentalisme. Dit zou trouwens ook gunstig zijn voor de oliebevoorrading van de westerse landen, want voor het Westen blijven de grote olieproducenten van het Nabije Oosten van vitaal belang, zoals bewezen in de jaren ’70, toen het dichtdraaien van de oliekraan onmiddellijk voor miljoenen werklozen zorgde. Ook zou de democratisering van deze 3 sleutellanden een invloed kunnen hebben op het Palestijns-Israëlisch conflict en zou dat een einde kunnen maken aan het bloederige terrorisme.

Volgens Eyskens zou bovenstaand scenario enkel kunnen gerealiseerd worden zonder militaire interventie in Irak, want de Arabische wereld zal de militaire actie sowieso beschouwen als vermomde Amerikaanse agressie. Daarom lijkt het volgens hem veel verkieslijker om het huidige VN-Inspectieteam in Irak te versterken en te laten voortwerken, zelfs als ze geen wapens vinden, want zo wordt het regime van Saddam Hoessein onder voogdij geplaatst en ondertussen kan hij zijn leger niet ontplooien of leden van de oppositie afslachten, noch verder prutsen aan zijn massavernietigingswapens. Dan ontstaat wellicht ook de kans dat de binnenlandse oppositie het regime van Hoessein omverwerpt, zodat een totaal nieuwe politieke situatie ontstaat en in de omringende landen politieke hervormingen kunnen worden doorgevoerd.

Besluit: Eyskens is, wat de Irakese kwestie betreft, niet echt pro-Verenigde Staten, maar eerder pro-Verenigde Naties.

Persoonlijke mening over Mark Eyskens

Ik volg Mark Eyskens nu al een tijdje in de actualiteit, en ik heb veel bewondering gekregen voor hem. Hij is misschien wat conservatief, maar hij is zonder twijfel één van de beste sprekers van het land. Ook heb ik veel sympathie gekregen voor de man, niet alleen als politicus, maar ook als persoon. Zo heb ik hem een mail gezonden, waarin ik hem een paar vragen stelde en reeds 2 dagen later kreeg ik een mail terug met een zeer vriendelijk antwoord (zie bijlage). Ook kwam hij steeds zeer sympathiek over in de Laatste Show in de rubriek ‘Eyskens en Decroo ontdekken de wereld’, waarin hij om de 2 weken, afgewisseld met Herman Decroo, de opdracht kreeg van Bruno Wyndaele om naar een bepaalde plaats te gaan en er zich te mengen onder het volk. Zo is hij al naar het leger moeten gaan, naar een Leuvens studentenkot en naar Radio Donna, en overal heeft hij zijn mannetje gestaan. Zijn opmerkingen waren steeds bijzonder grappig en zijn woorden gaven blijk van veel wijsheid.

Ik heb graag dit werk gemaakt, niet alleen omdat ik Eyskens zeer interessant vind, maar ook omdat ik veel heb bijgeleerd over de politiek. Voor ik aan dit werk begon, wist ik echt niets over politiek en interesseerde ik me er ook helemaal niet voor, maar doordat ik genoodzaakt was de actualiteit een beetje te volgen en nu en dan eens een krant open te slaan, ben ik beginnen inzien dat politiek niet zo saai is als ik dacht. Ik zal dan ook proberen de verkiezingen van mei te volgen en de programma’s van de verschillende partijen te bestuderen, want binnenkort zal ik zelf ook moeten gaan stemmen. Bij de senaatsverkiezingen krijgt Eyskens alleszins mijn stem, want de Bekende Vlamingen in de senaat brengen er helemaal niets van terecht en halen het niveau naar beneden. Het wordt tijd dat mensen met veel kennis en ervaring, zoals Eyskens, tot senator verkozen worden, vooraleer de instelling al zijn geloofwaardigheid verliest!

Bekende uitspraken van Mark Eyskens

-De Belgen zijn gerust en de Russen zijn gebelgd

-Wetten zijn als worsten. Het is beter niet te weten hoe ze werden gemaakt en wat erin werd gestopt

-Ik ben minister zonder Financiën

-Het is 21 september, de eerste dag van de herfst, het vallen van de bladeren. De regering is ook gevallen

-Mijn tegenstrever is een mentale dwerg en dus enkel in staat om slagen onder de gordel toe te dienen

-Een mening die door velen wordt gedeeld is uiterst verdacht

-Breng de dwazen aan de macht, want zie waar de verstandigen ons hebben geleid

-De openbare opinie is als een siroop tegen de hoest met op de bijsluiter deze waarschuwing: ‘goed schudden voor gebruik’

-De begrotingskrater is zo diep dat best een vulcanoloog tot minister van Financiën zou worden benoemd

-Gelukkig beschikte de Premier over de kranten om te vernemen wat hij dacht

-Een optimist in Zaïre is een slecht geïnformeerde pessimist

-Dankzij een paar opvallende kleine veranderingen slagen wij erin niets aan het essentiële te veranderen

-Beter regeren is minder regeren

-Morgen is vandaag reeds gisteren

-Het toppunt van corruptie is dat je zelfs bereid bent te betalen om omgekocht te worden

-Er komt een tijd dat het parlement een ander volk zal verkiezen

Slotwoord

Volgende vraag heb ik gesteld aan Mark Eyskens via e-mail :

Als u terugkijkt op uw politieke carrière, kijkt u dan terug met tevredenheid en voldaanheid, of denkt u dat u meer had kunnen verwezenlijken?

Met andere woorden : Bent u blij met het leven dat u geleid heeft als politicus?

 

En zijn antwoord luidde als volgt :

Mocht het te herbeginnen zijn, dan zou ik net hetzelfde doen.  Ofschoon mijn

leven, met zijn talrijke activiteiten, vaak zeer vermoeiend en slopend is,

vind ik het buitengewoon boeiend. Ik hou van variatie. De combinatie van

wetenschap -economie, filosofie, geschiedenis- politiek en cultuur vind ik

een voortreffelijke mix.  De politiek is de Anti-routine, maar de politiek

is geen beroep. Het is veeleer een opdracht en je moet zorgen dat je naast

de politiek ook nog een vast beroep hebt, zoals bijvoorbeeld het onderwijs,

wat mijn geval is geweest. Dan slechts ben je in de politiek voldoende

onafhankelijk en moet je niet om den brode je zetel in het parlement

verdedigen. Dan behoud je de vrijheid te zeggen wat je denkt en te denken

wat je zegt. Dit is een groot voorrecht, maar het wordt u niet steeds in

dank afgenomen

Ik prijs mij in elk geval zalig voor wat ik heb mogen doen. ik dank je

ten zeerste voor je belangstelling.

Ik wens je nog zeer veel succes toe.

zeer hartelijk,

Mark  EYSKENS

 

****************************************************************

Bibliografie
Website : www.eyskens.com
 
Encyclopedieën : -Encarta 98 Encyclopedie winkler prins editie
-De Grote Encyclopedie 1999
 
Krantenartikels : -De Morgen van 18 januari
-De Morgen van 1 februari
 
Boeken : ‘De lust van de verbeelding’ van Mark Eyskens
Uitgeverij Lannoo, 1998
Hoofdstuk I: ‘Mark Eyskens: academicus, politicus en scriptor’
Andere : Persoonlijke mail van Mark Eyskens zelf
Bijlage
- Brief aan Eyskens

Geachte heer Eyskens,

Mijn naam is Simon Vandekerckhove, ik ben 17 jaar en ik ben een leerling van het Koninklijk Atheneum te St.-Michiels, Brugge. Ik volg Latijn-Moderne Talen en voor de les geschiedenis heb ik de opdracht gekregen een werk te schrijven over een polliticus die me interesseert. Ik heb u gekozen omdat u me een intelligent man lijkt met een boeiend politiek verleden.
Vol enthousiasme heb ik me op dit werk gestort en uw uitgebreide site is al een grote hulp geweest, vooral de biografie was zeer nuttig. Ik heb echter een probleem : Volgens de biografie en andere bronnen bent u uit de Belgische regering gestapt in 1992 en bent u het sindsdien iets rustiger aan gaan doen. Maar u bekleedt toch nog steeds een functie bij de CD&V? Het probleem is dat er zeer weinig informatie te vinden is over leven van de voorbije jaren op politiek vlak. Waarmee houdt u zich bezig? Welke functie bekleedt u binnen de partij? Wat zijn uw verantwoordelijkheden?
Bij deze zou ik u willen vragen of het mogelijk zou zijn een korte biografie te schrijven over uw politieke leven vanaf 1992?
Tevens zou ik u een vraag willen stellen, waarvan ik het antwoord als eindnoot op mijn jaarwerk zou willen plaatsen, en die vraag luidt als volgt : Als u terugkijkt op uw politieke carrière, kijkt u dan terug met tevredenheid en voldaanheid, of denkt u dat u meer had kunnen verwezenlijken? Met andere woorden : Bent u blij met het leven dat u geleid heeft als politicus?
Ik zou het ten zeerste appreciëren moest u een deel van uw schaarse vrije tijd willen besteden aan het beantwoorden van deze 2 vragen. Het zou me veel vooruithelpen!
Dank bij voorbaat
Simon Vandekerckhove
e-mailadres : s_vandekerckhove@hotmail.com

 

- Brief van Eyskens

Beste Simon,
Graag antwoord ik op uw beide vragen.
Wat mijn activiteiten betreft, sedert ik als minister van Buitenlandse Zaken
de regering heb verlaten in mei 1992 , kunt u wel het een en het ander
afleiden uit mijn CV op mijn website.  Maar ik wil het voor u nog wel eens
samenvatten.
In 1992  hervatte ik mijn fulltime leeropdracht aan de K. U Leuven als
professor economie.  In de kamer van volksvertegenwoordigers was en ben ik
nog steeds vooral actief op het vlak van het Europees en buitenlands beleid,
onder meer als lid van de commissies van Buitenlandse Zaken en  Europese
aangelegenheden.  Ook ben ik plaatsvervangend lid van de commissie van
financiën.  Ik was algemeen verslaggever van de verdragen van Amsterdam en
Nice.  Tevens werd ik, namens het Belgisch parlement, lid en daarna
ondervoorzitter van de parlementaire assemblée van de West-Europese Unie,
met zetel te Parijs en lid van de politieke commissie van deze instelling.
Ook was en ben ik lid van de Raad van Europa te Straatsburg.  Sedert een
jaar ben ik algemeen verslaggever van de West-Europese Unie en in die
hoedanigheid werd ik afgevaardigd om als waarnemer de werkzaamheden van de
Europese conventie bij te wonen.  In dit verband maakte ik verscheidene
nota's over de institutionele toekomst van de Europese Unie.
Tevens ben ik lid geworden van de board van "international crisis group", een
internationale niet-gouvernementele organisatie, met zetels te New York, Londen
en Brussel, die zich bezighoudt met preventieve diplomatie en waarvan
verscheidene oud-ministers van Buitenlandse Zaken lid zijn.  Ik werd ook een
titularis van de Benelux leerstoel en kreeg in 2 000 de Europa Benelux prijs
uitgereikt. Ik ben ook ondervoorzitter van het Koninklijk Instituut voor
internationale Betrekkingen.
In de wetenschappelijke sector ben ik voorzitter van de Francqui-stichting
en lid van de raad van bestuur van de universiteiten stichting.  Tevens
lanceerde ik te Leuven de lessencyclus: lessen van de 21ste eeuw, een
horizontaal keuzevak voor alle dertien faculteiten waaraan elk jaar ongeveer
800 studenten deelnemen.
Ik ben ook voorzitter van verscheidene jury's van wetenschappelijke prijzen.
Sedert 1987 ben ik lid van de koninklijke academie voor wetenschappen en
kunsten.  In 2002 was ik er bestuurder van de klasse van de
menswetenschappen en  sedert 1 januari 2003 ben ik de algemene voorzitter
van de koninklijke academie, wat wij wat mij heel wat werk vergt. Ik ben ook
voorzitter van het centrum voor Europese cultuur.
Ook ben ik voorzitter van het festival van Vlaanderen voor muziek en
voorzitter van de Christian Academy for European Dialogue.  Ik ben ook
voorzitter van Anton van Wilderode stichting die zich bezighoudt met de
internationale verspreiding van het werk van deze grote Vlaamse dichter.
Sedert mijn uittreden uit de regering schreef ik ook een tiental boeken,
honderden artikels en hield ik zeer veel  toespraken en spreekbeurten en
nam ik deel aan congressen, debatten en colloquia.  Ik trad verscheidene
malen op als lesgever aan de universiteit van de vrijetijdsbesteding van het
Davidsfonds en aan de universiteit van de derde leeftijd van de K. U
Leuven Ik maakte talrijke reizen naar het buitenland, meestal in opdracht
van de kamer van volksvertegenwoordigers.
Ik werkte mee aan  verschillende televisie programma's en ben lid van de
raden van bestuur van verscheidene ondernemingen in binnen- en buitenland.
Ook kon ik tussendoor mijn hobby, schilderen, beoefenen  en hield ik een
tiental tentoonstellingen, voor een goed doel, op talrijke plaatsen in
Vlaanderen.
U ziet tussen dat ik niet hebben stilgezeten en niet van plan ben dit te
doen.
Mocht het te herbeginnen zijn, dan zou ik net hetzelfde doen.  Ofschoon mijn
leven, met zijn talrijke activiteiten, vaak zeer vermoeiend en slopend is,
vind ik het buiten gewoon boeiend.  Ik hou van variatie.  De combinatie van
wetenschap -economie, filosofie, geschiedenis- politiek en cultuur vind ik
een voortreffelijke mix.  De politiek is de Anti-routine, maar de politiek
is geen beroep.  Het is veeleer een opdracht en je moet zorgen dat je naast
de politiek ook nog een vast beroep hebt, zoals bijvoorbeeld het onderwijs,
wat mijn geval is geweest.  Dan slechts ben je in de politiek voldoende
onafhankelijk en moet je niet om den  brode je  zetel in het parlement
verdedigen.  Dan behoud je de vrijheid te zeggen wat je denkt en te denken
wat je zegt.  Dit is een groot voorrecht, maar het wordt u niet steeds in
dank afgenomen
Ik prijs mij in elk geval zalig voor wat ik heb mogen doen. ik dank je
ten zeerste voor je belangstelling.
Ik wens je nog zeer veel succes toe.
zeer hartelijk,
 
Mark  EYSKENS
www.eyskens.com

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



top



*